
Het is vrijdag de 13e en de wekker gaat om 05:30.....oei wat vroeg. We worden opgehaald door een wazige kerel die zegt dat we hem moeten volgen. Het is maar 10 minuutjes lopen naar de bus volgens hem. Rugzakken om en lopen maar, je raakt eraan gewend. Na een half uur lopen (!) en een hoop gehoest later zijn we bij de bus en zoeken een plekje achterin. Na 2,5 uur krijgen we een seintje van de chauffeur dat we eruit moeten. Onze Nepalese raftinginstructeur staat al klaar. Hij stelt zich voor als Purna. We krijgen zwemvesten aan, een helm op en samen met 2 Amerikanen, 2 Australiërs en een Fransman luisteren we naar de instructies. All forward, all backward, left backward, right backward zijn de belangrijkste instructies. We beginnen met een aardige stroomversnelling en zijn meteen kletsnat. Het is een leuk parcours al zit er soms wel een groot stuk tussen de verschillende stroomversnellingen. Purna is best streng, maar dat is ook wel nodig. Vlak voor de lunch komt de zon door en dat maakt het een stuk aangenamer. We lunchen op een strandje halverwege en 's middags komen we aan bij onze overnachtingplaats, 2 tentjes langs de oever van de (Trishuli) rivier.

Een stukje bergopwaarts is een klein dorpje waar onze instructeur Purna woont. We krijgen te eten bij het eettentje van het dorp. Eerst soep en daarna rijst met curry en kip. Het is ongelooflijk hoe ze de maaltijd klaarmaken op één klein pitje. We hebben lange tijd niet zo lekker gegeten. Purna leert ons een Nepalees kaartspel en veel dorpsgenoten komen even een kijkje nemen. We vinden het een genot hier te zijn in plaats van het drukke Kathmandu en voelen ons eindelijk wat beter. De schone lucht en bergen doen wonderen. Als het pikkedonker is gaan we terug naar de tenten en de instructeur helpt ons een vuur te maken. We zitten rond het vuur met het geluid van de rivier op de achtergrond totdat we bijna in slaap vallen. De tenten staan op een helling en er liggen heel wat stenen onder, maar tegenwoordig slaap ik werkelijk overal en ben binnen een paar minuten vertrokken. De volgende ochtend vroeg op en een heerlijk ontbijtje in het dorp. Vandaag zijn we maar met z'n drieën en daarom gaat er een extra jongen mee in de raft. We merken dat we veel lichter zijn dan gisteren en moeten harder werken om door de stroomversnellingen te komen. Purna is een beetje losser vandaag en lacht om de domme grappen van Gert en Dave.

Dave duikt nog van een enorm hoge rots, maar uiteraard zonder even een seintje te geven zodat ik een foto kan maken. Tegen lunchtijd komen we bij het eindpunt van onze rafttrip, wederom een heel klein dorpje. Hier krijgen we lunch en daarna moeten we wachten op een lokale bus die naar Chitwan gaat. Na een poosje stopt er een bus, maar deze zit helaas al vol. De chauffeur zegt dat we alleen nog op het dak mee kunnen. Tja, waarom niet! Dus met bagage en al op het dak en rijden maar. Je zit er eigenlijk veel beter dan in een propvolle bus. Af en toe even goed vasthouden en je mond bedekken voor uitlaatgassen, maar je hebt prima uitzicht en alle ruimte.
We komen nog langs een politiecontrole, maar op het dak zitten is hier heel normaal. Al moeten ze er wel heel hard om lachen dat de toeristen op de (volgens hen) slechtste plekken van de bus zitten. Na 2 uur geeft de chauffeur een seintje dat we er zijn en klimmen we eraf. We krijgen te horen dat we een paardenkar moeten nemen naar het hotel. We vinden het een beetje zielig voor het paard, want met al onze bagage zijn we toch best wel zwaar. Het is een hobbelige rit en het past maar net. Gelukkig komt er halverwege iemand van het hotel op een scooter voorbij en gaat Gert achterop verder. We zijn zeker een half uur onderweg door het platteland. Alle mensen hebben geiten en kippen en zijn aan het werk op het land. Ze groeten ons met een hartelijk Namaste en de kinderen zwaaien. Het Tiger hotel waar we verblijven ziet er prima uit. We hebben een ruim chalet en krijgen meteen het programma te horen voor de komende dagen. We nemen een lekkere douche en wassen onze kleren. We eten samen met een koppel uit Nieuw-Zeeland en horen mooie verhalen over de Annapurna trekking die ze vorige week gedaan hebben.
De volgende ochtend een wake-up call (gebonk op de deur) om 6:00 uur. Een koude douche, ontbijt en in de jeep naar de rivier. We gaan samen met het stel uit Nieuw-Zeeland in een smalle lange boot en varen door de rivier. We zien krokodillen en apen. Na de boottocht volgt een tocht te voet door de jungle. Helaas alleen een paar herten en bijzondere vogels gespot. Na de lunch gaan we op jeepsafari.
We gaan op jacht naar neushoorns, maar het is erg lastig om ze te vinden. Na 3 uur rijden hebben we er eindelijk een gevonden. Uit de verte lijkt het wel een rotsblok, zo groot en grijs! De neushoorn ligt en de gids wil proberen hem op te laten staan. Hij is echter heel erg voorzichtig en blijft op flinke afstand. Er zijn al verschillende ongelukken gebeurd met toeristen en sommige neushoorns kunnen behoorlijk agressief zijn. Als onze gids iets dichterbij komt staat de neushoorns ineens op en de gids schrikt zich rot en sprint terug naar de jeep. We maken foto's, maar de neushoorn blijft zich verschuilen achter de bomen. Op de terugweg komen we een verzorger met een grote olifant en een kleintje tegen. Ik vraag of ik hem mag aaien en hij knikt ja. Het olifantje heeft zin om te spelen en begint mij naar achteren te duwen met zijn slurf. Ik klim maar weer snel in de jeep.

Na het avondeten gaan we in het dorp naar een Nepalees dansoptreden. De zaal is bomvol en het optreden is boven verwachting. De dansers zijn echt goed en beelden met hun verschillende dansen gebeurtenissen uit de geschiedenis van het dorp uit.
Maandagochtend weer veel te vroeg gebonk op de deur. Na het ontbijt rijden we met een ossenkar door het omliggende platteland. Sauraha, het dorp waar we verblijven, is erg bijzonder. Het is er rustig en vooral erg vredig. Iedereen in het dorp heeft zijn eigen taken. De één werkt in het plaatselijke museum, de ander heeft een klein winkeltje en de derde is bestuurder van een jeep of paardenkar. Kinderen spelen buiten, overal lopen geiten en kippen en de vrouwen werken rondom en in het huis. Bijzonder is dat iedereen zeer tevreden lijkt te zijn met zijn of haar bezigheden. Er lijkt geen sprake te zijn van afgunst of jaloezie, ook niet ten opzichte van de toeristen. Er zijn geen bedelaars en iedereen accepteert de toeristen als onderdeel van het dorp. Na de rit op de ossenkar gaan we richting de rivier waar elke morgen de olifanten worden gewassen. De olifanten vinden het heerlijk in het water en hun verzorgers gebruiken stenen om hun huid schoon te schrobben.
Na de lunch hebben we een paar uur voor onszelf en Dave vraagt of ik zijn haar wil knippen. Ik doe er gigantisch lang over, maar het resultaat ziet er best redelijk uit al zeg ik het zelf. 's Middags staat er een olifantenrit door de jungle op het programma. De olifanten zijn goed getraind en halen met hun slurf zelfs omgevallen bomen weg. Al binnen een paar minuten zien we in de verte een neushoorn. Er staan al een paar olifanten bij en het lijkt de neushoorn niet te deren. Het is onwijs bizar om de neushoorn van dichtbij te zien. Hij is zo groot en log en lijkt wel prehistorisch. Als het drukker wordt zet hij het toch op een lopen.

We volgen hem nog een poosje en laten hem dan met rust. De rest van de rit is leuk, maar we blijven onder de indruk van de neushoorn. 's Avonds eten we Dahl Baht, een typisch Nepalees gerecht. We genieten ervan en de jongens scheppen nog een paar keer op. Het is helaas alweer de laatste avond in Sauraha.
Dinsdagochtend slaan we het ‘birdwatching' om 6:00 uur even over. Genoeg vogels gezien tijdens de andere activiteiten J. Om 9:00 nemen we de bus naar Pokhara. Het is een verschrikkelijk hobbelige rit, een boek lezen is onmogelijk. 's Middags komen we in Pokhara aan en nemen een taxi naar Lake Side waar de meeste hostels zitten. We eten verse pasta bij een Italiaan en gaan 's avonds naar Busy Bee op aanraden van andere backpackers. Het is een gezellige bar met livemuziek en we kletsen met andere reizigers. Een Nederlandse jongen vertelt dat hij een paar dagen geleden met een helikopter is weggehaald uit de Himalaya vanwege hoogteziekte. Zijn wij er toch goed vanaf gekomen! En raak in gesprek met een vader met zoon en 2 schoonzonen uit Dordrecht die veel mensen kennen in Heerjansdam. De wereld is klein....
De volgende morgen gaan Dave en ik op pad om onze trekkersvergunning aan te vragen. We huren een mountainbike en gaan op pad. Uiteraard hebben we de hele omgeving van Pokhara gezien voordat we eindelijk bij het juiste gebouw terecht komen.

We moeten behalve voor onze vergunning ook informatie invullen over je verzekering en wie te contacteren in geval van nood. Alles lijkt hier prima geregeld. Met de vergunningen op zak besluit ik om toch maar even hier in Pokhara langs de dokter te gaan. Mijn hoest is in de afgelopen dagen een stuk erger geworden en blijft toch wel erg lang hangen. De dokter kijkt zorgelijk bij het onderzoek en zegt dat ik minstens een ‘acute pharyngitis' heb. Dave erbij geroepen want weet niet wat het betekent, maar het is gewoon een keelontsteking. De dokter wil graag een röntgenfoto van mijn borst maken en bloed en urineonderzoek doen. Ik vraag of dat allemaal wel nodig is en hij vindt van wel. Ik informeer eerst naar de kosten en aangezien alles bij elkaar maar €10,- kost ga ik maar akkoord. De foto ziet er goed uit. Mijn ribben zijn alleen wat gekneusd door al het hoesten. Alleen de urine wijst ook dat ik ook een blaasontsteking heb. Niet zo heel verwonderlijk na al die erbarmelijke gaten in de grond waar ik de laatste tijd heb moeten plassen in de kou. Ik krijg 2 soorten antibiotica mee en het advies om het de komende dagen rustig aan te doen. Ik knik driftig ja en de dokter is gerust gesteld.
De volgende ochtend nemen we afscheid van Gert. Na een maand samen gereisd te hebben vertrekt hij vandaag naar Kathmandu om morgen naar Bangkok te vliegen. Hij wil daar graag zijn dive master halen. Ik slaap uit en ga 's middags met Dave in een roeibootje het meer op. Na het uploaden van mijn blog spullen inpakken voor de trekking en dan vroeg naar bed, want morgen gaan we het Annapurna gebergte in! Ik ben weer online over een dag of 10! Tot dan!
We hebben ons verslapen! Het is ook zo donker in de kamer en we waren doodop van onze dagen in de Himalaya. Later dan gepland vertrekken we dus richting de Nepalese grens. We stappen in de auto, maar een aantal kilometer verderop komen we vast te staan door wegwerkzaamheden. Yeshi vraagt of we het laatste stuk willen lopen, want het kan nog wel een aantal uur duren. Dus rugzakken op en lopen maar door de modder en tussen de vrachtwagens en auto's door. Het is ongeveer 1,5 kilometer lopen en tijdens dit stuk ondervinden we een soort cultuurshock. Binnen een paar minuten lijkt het wel of we in India terecht zijn gekomen. De Nepalezen zijn zo anders dan de Tibetanen. De ogen en het gezicht zijn compleet anders. Ze hebben bijna allemaal een rode stip op hun voorhoofd en dragen kleurrijke kleding. In de verte zien we de Friendship Bridge opdoemen, die Tibet en Nepal verbindt. We moeten eerst door de Chinese douane heen. Het is een vreemde gewaarwording, want voor ons gevoel hebben we China in Xining al verlaten en nu we Tibet uitgaan worden we door de Chinese douaniers gecontroleerd. De tassen gaan door een scan en we moeten wat dingen eruit halen. Gert heeft een Tibetaans mes gekocht en de vrouw vraagt wat hij ervoor betaald heeft. Ik zeg in het Nederlands dat hij een laag bedrag moet zeggen, dus hij zegt 10 Yuan (wat ongeveer 10 cent is) en dat gelooft ze, dus we hoeven niets te betalen. Vervolgens in de rij voor paspoortcontrole. Gert en ik krijgen snel een stempel en mogen doorlopen, maar het paspoort van Dave nemen ze mee naar een kantoortje. Waarschijnlijk komt het door de verlenging van zijn Chinese visum. Gelukkig krijgt hij het na een minuut of 10 terug en kunnen we afscheid nemen van Yeshi. Hij mag niet buiten de grenzen van Tibet komen, want Tibetanen krijgen geen paspoort van de Chinese regering. De enige manier om naar een ander land te gaan is door de bergen naar een buurland (voornamelijk Nepal of India) te trekken en daar na een paar jaar een paspoort aan te vragen. De broer van Yeshi heeft dit ook gedaan en woont nu in België.
We lopen over de Friendship Bridge en ik maak een foto van de grensovergang. Dan komen er ineens 5 militairen op me afgestormd. ‘ No photo's no photo's!' zeggen ze en trekken mijn camera bijna uit mijn handen. Ik blijf glimlachen en zeg ‘why not, it's such a nice bridge!' maar ze trappen er helaas niet in. Ik moet de foto verwijderen terwijl ze toekijken. Als we de brug over zijn zoeken we naar het immagration office om een visum te halen en het is erg onduidelijk waar je dit kunt doen. We worden aan de Nepalese kant nergens gecontroleerd en als we niet zelf een visum hadden gehaald (we hebben het waarschijnlijk nodig om het land te verlaten) hadden we zo door kunnen lopen. We worden uiteraard belaagd door chauffeurs die ons in een jeep naar Kathmandu willen brengen, maar we zijn zuinige backpackers dus willen de lokale bus nemen. We merken meteen dat we in een heel andere wereld zijn beland. Het is hier druk, chaotisch en de straten liggen vol met afval. Er zijn geen normale asfaltwegen waardoor er bij elke auto stof/kalk opwaait. We beginnen de invloed van de Chinezen in Tibet toch wat meer te waarderen. We kopen een kaartje voor de bus en moeten 1,5 uur wachten tot deze vertrekt. We zijn de eersten die instappen, maar uiteraard is de bus propvol als deze eindelijk vertrekt. Alle mensen hebben grote ladingen spullen bij zich en ook alle staanplaatsen in de bus zijn verkocht. De chauffeur lijkt een jaar of 16 en we doen maar even een schietgebedje. Over de eerste 5 kilometer doen we een uur omdat al het verkeer vast staat. Het is echt millimeterwerk en iedereen toetert er flink op los. Onze chauffeur heeft 6 verschillende toetermelodieën en gebruikt ze allemaal. Ik denk dat we ze 's nachts kunnen dromen. De bus zou er ongeveer 3 uur over moeten doen, maar die hoop hebben we maar laten varen. We stoppen namelijk om de 5 minuten om mensen in en uit te laten stappen. We zitten helemaal opgevouwen, maar helaas is er niks aan te doen. Talloze bijna doodervaringen en 6 uur later komen we aan in Kathmandu. Het is inmiddels al donker geworden en het is een complete chaos in de stad. Voordat we een taxi hebben gevonden die ons voor een normale prijs naar Thamel wil brengen zijn we een half uur verder. We vragen hem langs de ATM te rijden en hebben eindelijk de eerste Nepalese Roepies op zak (de buskaartjes en visa hebben we met dollars betaald). Dan laten we ons afzetten bij een hostel die we hebben uitgekozen uit de Lonely Planet, maar helaas hebben ze geen kamers meer. We hadden er niet echt rekening mee gehouden dat het hier hoogseizoen is; in China was overal en altijd wel plek. Het blijkt lastiger dan gedacht, maar we vinden een leuk hostel iets verderop in de straat. We hebben een eigen kamer met badkamer en er zijn een aantal gemeenschappelijk ruimtes en een zonnig dakterras met uitzicht over de stad. In de verte kun je zelfs de Himalaya nog zien. We zitten in de wijk Thamel, waar bijna alle toeristen verblijven. We moeten even wennen aan alle blanke mensen die we zien. We sterven van de honger en duiken het eerste restaurant binnen dat we zien. Natuurlijk eten we veel te veel en veel te snel dus met lichte buikpijn weer richting het hostel. Uuuh waar was het ook alweer? Gelukkig heb ik een betaalbewijs bij me waar de naam van het hostel op staat. De namen van de hostels lijken hier namelijk allemaal op elkaar. We duiken in bed en vallen in een diepe slaap.
Zondag wordt een echte relaxdag. We gaan ontbijten bij het hostel dat we oorspronkelijk hadden uitgezocht en wat uitgebaat wordt door een Zwitser. We bestellen baguettes met kaas en verse sinaasappelsap...mmh. We lezen, schrijven onze blogs, wisselen foto's uit, kopen nieuwe shampoo, genieten van het zonnetje en laten al onze kleren wassen. Ik kom erachter dat mijn Bjorn Borg joggingsbroek weg is..snik! Gert heeft inmiddels contact met Kees gehad. Hij is naar Bangkok gevlogen en krijgt maandag een wortelkanaal behandeling. Gelukkig gaat alles verder goed met hem. 's Middags zoek ik een bar met wifi en skype met mijn ouders. De verbinding is niet zo goed, maar ze kunnen mij wel goed verstaan dus ik praat maar gewoon door. Puma is ook in beeld en hij is een beetje dikker geworden omdat hij bij mijn ouders binnen blijft. (Hij liep constant terug naar mijn huis.) Verder begrijp ik dat er vorige week een vrouw in Nepal is omgekomen met raften en dat het echt herfstig weer is thuis. Ik werk me na het skypen door een mail of 60 heen. Het is super om mails te ontvangen van het thuisfront en ik probeer iedereen te beantwoorden. Helaas is het internet supertraag en ook het uploaden van foto's en verhalen op mijn website gaat lastig. Als ik terug kom bij het hostel ligt Dave in bed met een knalrood hoofd. Hij heeft hoge koorts en een nare hoest. Hij gaat naar bed met 2 paracetamol en Gert en ik eten wat bij het hostel.
De volgende ochtend hebben we alle drie een nare hoest. Het zal wel door de kou in de Himalaya komen. We ontbijten weer met baguettes met kaas en gaan op zoek naar een reisbureau om de rest van ons verblijf in Nepal te plannen. Het blijkt erg lastig een betrouwbaar bureau te vinden. We bezoeken er 2, maar hebben er geen goed gevoel over. We besluiten om op zoek te gaan naar eentje die door de Lonely Planet wordt aangeprezen. We verdwalen in de kleine straatjes van Thamel, maar een uur later hebben we het eindelijk gevonden. We ploffen neer bij Hard Rock Expedition & Treks en hebben meteen een goed gevoel bij het bureau. De eigenaar is eerlijk en de prijzen zijn een stuk lager dan bij de andere bureau's. Hij vertelt dat hij een paar jaar geleden Chris Segers heeft rondgeleid. We laten ons goed informeren en gaan eerst lunchen om alles te bespreken. 's Middags boeken we uiteindelijk een 2-daagse raftingtrip (1 overnachting in een tent) en daarna een 3-daagse trip naar Chitwan National Park met o.a. een olifanttrekking, jeep safari en jungle walk. We zullen vrijdagochtend (de 13e) opgehaald worden voor het raften en worden dinsdagmiddag (de 17e) van Chitwan naar Pokhara gebracht. In Pokhara willen we een dag of 2 blijven waarna Gert terug gaat naar Kathmandu om naar Bangkok te vliegen. Dave en ik willen allebei nog een trekking doen door het Annapurna gebergte. We zullen waarschijnlijk kiezen voor de Annapurna Base Trekking van 10 dagen. Gelukkig is de trekking dit keer op normale hoogte, met normale temperaturen, normale afstanden per dag en slapen we 's nachts in lodges met andere trekkers. We moeten alleen nog beslissen of we een drager willen huren of dat we zelf onze spullen dragen, maar dat zien we wel in Pokhara. De jongens boeken ook allebei een vlucht naar Bangkok. Ik heb al een vlucht in mijn Round the World Ticket. Ik vlieg 30 november naar Hong Kong waar ik 3 dagen zal blijven en vervolgens door zal vliegen naar Bangkok.
Dinsdag gaan we maar weer eens de toerist uithangen. We nemen de taxi naar de Pashupatinath tempel. De tempel bevindt zich in de oostelijke buitenwijk van Kathmandu. Door de ligging aan de Bagmati is de Pashupatinath tempel de belangrijkste en heiligste hindoetempel van heel Nepal. De Bagmati rivier is in Nepal net zo heilig als de Ganges in India. Gelovigen die hier ritueel te baden of gecremeerd worden, kunnen de cyclus van wedergeboorte doorbreken. Ze gaan dan na hun dood rechtstreeks naar het hiernamaals en reïncarneren niet meer. De rivier is ernstig vervuild, maar de gelovigen laten niet na zich onder te dompelen en er een beetje van te drinken. We steken de Bagmati rivier over en gaan op de trappen tegenover de burning ghats. Vanaf de trappen hebben we een goed zicht op de crematieplaatsen. Er komen enorme rookwolken vandaan.

Op weg naar boven lopen we langs de kluizenaarswoningen die in de rotsen zijn uitgehouwen. Hier wonen veel sadhu's, de 'heilige mannen'. Sadhu's zijn rondtrekkende hindoes die het kastenstelsel en de normale gebruiken hebben afgezworen en bedelen om in hun minimale dagelijkse bestaan te voorzien. Ze dragen oranje gewaden, beschilderen hun lichaam, hebben lang rastahaar en allerlei attributen. Voor een foto willen ze geld hebben.

We vinden het wel weer welletjes geweest en nemen een taxi terug richting Thamel. Als we in een outdoor shop aan het onderhandelen zijn over mondkapjes loopt ineens het Britse stel dat we ontmoet hebben in Shigatse naar binnen. Ze hadden zich zorgen gemaakt over onze trekking en zijn blij ons heelhuids terug te zien.'s Avonds gaan we eten bij het Everest Steak House op aanraden van andere reizigers en eten voor het eerst in lange tijd weer een lekkere biefstuk met frietjes. We zijn elke avond om 22:00 uur doodmoe en duiken maar weer vroeg ons bed in.
De volgende morgen weer vroeg wakker. We hebben nog steeds alle drie last van een verkoudheid en een nare hoest en drinken liters thee met honing bij het ontbijt. Het is een beetje bewolkt en we besluiten naar Durbar Square te gaan. Als we ons buiten het hostel begeven dragen we constant ons mondkapje. De lucht is zo erg vervuild in Kathmandu dat je bijna niet zonder kunt. Durbar Square is het centrum van verschillende tempels en pleinen. We willen graag naar de tempel van de Kumari (levende godin). Dit is een tempel van hout waarin een jong meisje woont. Zij is volgens een oud en mystiek proces verkozen tot de menselijke reïncarnatie van de moedergod van het Hindoeïsme. Bij de eerste tekenen van volwassenheid wordt er een nieuwe godin gekozen. Ook mag ze zich niet bezeren. Bloed betekent voor haar het einde van haar heiligheid. Ze mag daarom niet spelen en zich bijna niet bewegen. Na een poosje te hebben gewacht in de binnentuin van de tempel krijgen we haar een seconde of 10 te zien. Ik vind het zielig, ze is nog maar 4,5 jaar en zelfs als ze op een gegeven moment terug gaat naar haar familie mag ze nooit trouwen en zal nooit een normaal leven hebben. We worden op het binnenplein constant lastig gevallen door Nepalezen die onze gids willen zijn. Het woord ‘NEE' negeren ze gewoon dus uiteindelijk gaan we maar weg. Een groot deel van Durbar Square is ingenomen door duizenden duiven. Tussen de duiven liggen/lopen ook een paar koeien.

We zijn een beetje moe en kunnen vandaag alle drukte en chaos niet zo goed hebben. We gaan even op de bovenste trede van een van de tempels zitten. Het is duidelijk dat Nepal geen rijk land is, volgens de statistieken leeft meer dan de helft van de bevolking beneden de armoedegrens. Je struikelt hier op Durbar Square over de bedelende vrouwen, kinderen en gehandicapten. Dit heeft deels te maken met het feit dat zowel het hindoeïsme als het boeddhisme het geven van giften aanmoedigt. We vinden het straatbeeld hier triest en vies en discussiëren over het feit of we inmiddels verwende toeristen zijn geworden of dat het misschien komt doordat we ons niet zo lekker voelen. We nemen een taxi terug naar Thamel. Alle taxi's zijn hier in Kathmandu kleine (witte) Suzuki's die zich gemakkelijk overal tussen kunnen manoeuvreren. De auto's horen hier in Nepal aan de linkerkant van de weg te rijden, maar in de werkelijkheid rijden ze gewoon overal waar plaats is. Door de grote hoeveelheid auto's, brommers, motors, riksja's en andere vreemde voertuigen staan alle wegen in en rondom het centrum de hele dag vast. We hebben geen beste dag vandaag en voelen ons beroerd. Wellicht dat we behalve een verkoudheid toch een of ander virus hebben opgelopen in Tibet. We slikken paracetamol, kopen een grote hoeveelheid zakdoekjes en duiken in bed. Eten doen we 's avonds bij het hostel. Het is druk in de woonkamer. De meeste gasten in het hostel zijn Frans. Het merendeels van de toeristen in Kathmandu is overigens Frans of Zwitsers. We zijn er nog steeds niet achter wat de reden hiervan is. Verder is het hier mode om je haar in dreadlocks te dragen. Af en toe heb je het idee in een soort hippie tijdperk te zijn beland. Communiceren met de locals is hier in Kathmandu geen enkel probleem, bijna iedereen spreekt Engels. Het enige Nepalese woord dat we kennen is ‘Namaste', maar dit kun je gebruiken voor hallo, dag, welkom, tot ziens, bedankt, etc. Handig toch!
De volgende morgen voel ik me gelukkig wat beter. Vandaag alle tijd om mijn spullen in te pakken, te internetten en nog wat door de stad te lopen. Morgenochtend om 06:15 worden we opgehaald voor onze 2-daagse raftingtrip en vervolgens 3 dagen in de Chitwan Jungle! Ik hoop de volgende update te kunnen versturen vanuit Pokhara voordat we de bergen ingaan voor de Annapurna trekking!
Het is inmiddels 5 november en ik ben al meer dan een maand op reis. De wekker gaat om 6:30 en het is ijskoud. Er is nog geen elektriciteit, dus met een zaklamp pakken we onze spullen in. Als ontbijt krijgen we een soort pitabroodje met een ei en we bestellen nog maar een 2e want we gaan een zware dag tegemoet. Vandaag moeten we 27 kilometer afleggen, het eerste deel van de trek richting de Mount Everest. De backpacks gaan in de auto en de rugzak zit vol met water en eten. Ik heb dikke sokken aan, een thermobroek, een gewone broek, een skibroek, een hemd, een normaal t-shirt, een thermo shirt met lange mouwen, een trui, een vest, mijn jas, handschoenen en muts. Als ik mijn handschoenen even uit doe om een foto te maken bevriezen ze direct en duurt het 10 minuten om ze weer op temperatuur te krijgen. Het eerste gedeelte is loodzwaar en koud, want de zon is nog niet opgekomen. We zijn al op 5000 meter hoogte en dit is wel te merken. Je heb constant het gevoel alsof iemand je op je schouders naar beneden drukt en of je elke stap voorwaarts wordt tegengehouden door een onzichtbare weerstand. Het voelt een beetje als lopen in natte zware kleding na het afzwemmen voor je B-diploma. De prachtige omgeving maakt het lopen enigszins draaglijk. Praten doe ik bijna niet, want je hebt elk beetje energie nodig om je ene been voor je andere te blijven zetten. Gert en Yeshi (de gids) hebben hetzelfde probleem. Alleen Dave blijft vrolijk doorkletsen, springen, met stenen gooien etc. (Hij heeft voordat hij ons ontmoette in Beijing een maand op een Chinese Kung Fu school gezeten waar ze 8 uur per dag moesten trainen.) Als de zon eindelijk op komt zijn we dolblij. Eigenlijk kom je dan pas een beetje tot leven. De handschoenen gaan uit en na een uur ook onze skibroeken. Deze moeten we in onze tas stoppen en voelt vervolgens loodzwaar aan. Onderweg komen we af en toe langs een klein dorpje waar ze yaks, koeien, geiten en honden hebben. Ik probeer de yaks te aaien, maar ze zijn erg schuw.
Tussen de dorpjes komen we soms Tibetanen te paard tegen die op weg zijn naar Old-Tingri om inkopen te doen of spullen te verkopen die ze op het platteland verbouwen. We moeten geregeld over bevroren stukken water lopen. We rusten om wat te drinken, maar ons water is nog steeds bevroren dus we gaan maar weer verder. Het landschap is erg verraderlijk. Soms zie je in de verte een paar huisjes en dan duurt het nog 1,5 uur voordat je er daadwerkelijk bent. Om een uur of 13:00 komen we in een klein dorpje aan waar we worden uitgenodigd om binnen thee te drinken. Het jongetje dat ons meeneemt lijkt een jaar of 11, maar later horen we dat hij al 16 is! We krijgen yakboterthee te drinken (bah) en krijgen tsampa aangeboden. Tsampa is een soort meel met water en is een traditioneel Tibetaans gerecht. We zijn onwijs nieuwsgierig naar hoe deze mensen leven en Yeshi vertaald allerlei vragen voor ons. In het huis leven een vader en moeder (die vandaag naar Old-Tingri zijn), de jongen en zijn zus en een oma van 84. We zitten in de woonkamer, maar dit is tevens de slaapkamer voor iedereen omdat dit de enige plek is waar vuur en dus warmte is. De jongen is vroeger wel naar school gegaan, maar werkt nu op het land. Hij laat ons vol trots zijn mes zien en blijft maar naar ons glimlachen. Ze vinden het prachtig om op de foto te gaan en even later de foto zelf te bekijken. Ik vraag of het huis een adres heeft zodat ik de foto's op kan sturen, maar dat was natuurlijk een domme vraag. Yeshi zegt dat ik ze wel naar hem kan sturen en dan neemt hij ze volgende keer mee. Als we weggaan geven we ze een hele berg snoep en aangezien de jongen de hele tijd naar een oranje haak aan mijn tas heeft zitten staren geef ik die aan hem. Hij is er dolgelukkig mee. De chauffeur is inmiddels ook aangekomen in het dorp en Yeshi zegt dat hij verder met de auto gaat en de route voor zich spreekt. Gert heeft inmiddels hoofdpijn gekregen door de hoogte en besluit om ook verder met de auto te gaan. Dave en ik willen graag verder lopen (ben doodop, maar ga echt niet zo gemakkelijk opgeven) dus we gaan samen verder. In het eerste stuk hebben we een aantal bedelende kinderen achter ons aan. Als we ze allemaal een snoepje hebben gegeven blijft er nog maar eentje volharden die bijna 2 kilometer op blote voeten achter ons aan blijft lopen.
We zetten het tempo er stevig in, want we hebben volgens Yeshi nog 17 kilometer te gaan. Na een paar kilometer is er ineens een splitsing en we weten niet welke weg we moeten nemen. Dave krijgt het fantastische idee om een berg te beklimmen om te kijken welke weg de juiste is. Ik laat me overhalen en we klimmen meter voor meter de berg op. De hoogte maakt het bijna onmogelijk om door te klimmen. Bij elke stap ben je compleet buiten adem. Eenmaal boven is het uitzicht adembenemend en zien we dat de weg rechts van de berg de juiste is. We besluiten om aan de andere kant van de berg af te dalen, maar dit blijkt wat lastiger dan gedacht. Op een gegeven moment moeten we zelfs op ons kont gaan zitten en ons stukjes naar beneden laten glijden. Ik ben blij als ik weer beneden ben. Helaas heb ik wel een onwijze scheur in mijn lievelingsbroek opgelopen (snik, je hebt als zo weinig kleding om uit te kiezen elke dag). We lopen weer gestaag verder en ongemerkt zijn er wolken voor de zon gekomen. We pakken onze handschoenen en muts weer uit de tas (onze jas en skibroek hebben we in de auto gelegd, want die waren te zwaar). De lucht ziet er donker uit en we hopen dat het niet gaat sneeuwen. Af en toe komt er een jeep ons tegemoet. Vaak stoppen ze en vragen of we hulp nodig hebben. Een jeep met 2 Australische vrouwen zeggen dat ze mensen met een vuurtje hebben gezien op ongeveer 10 kilometer afstand en zeggen dat het laatste stuk een hele smalle pas is met diepe afgronden. Na een korte pauze met water en een bevroren Snickers gaan we weer verder, maar de weg wordt steeds zwaarder. Het pad gaat op en neer en de stukken omhoog putten me volledig uit. Na een paar kilometer kom ik bijna niet meer vooruit en loop helemaal te zwalken. Ik blijf mijn ene been voor mijn andere zetten, maar kom nog nauwelijks vooruit. Het is ook een stuk kouder geworden en de lucht ziet er slecht uit. Dan horen we een jeep aankomen achter ons en ik overleg snel met Dave wat we zullen doen. Ik moet absoluut meerijden, want ga het laatste stuk niet halen. Vooral niet met de gedachte dat we morgen weer 27 kilometer moeten lopen. De jeep stopt gelukkig en er zitten maar 2 mensen in, een Tibetaanse chauffeur en een vrouw uit Hong Kong. Ze willen me graag meenemen en zeggen dat er slecht weer op komst is. Dave wil echter niet mee, hij wil per se lopen. Na een korte discussie spreken we af dat als hij er na een uur nog niet is ik onze eigen chauffeur terug stuur om hem op te halen. Ik stap met mijn laatste krachten in de auto en geniet van de warmte in de auto. De vrouw uit Hong Kong reist alleen en ze vraagt me de hemd van het lijf. Zelf is ze op weg naar het Everest Base Camp (onze eindbestemming). Ik vraag haar of ze vanavond in het klooster bij het Base Camp slaapt en ze zegt dat dit zelfs veel te koud is op dit moment. Als ik haar vertel dat wij vanavond in een tent slapen valt ze bijna flauw. Ondertussen zijn we al aardig wat kilometers verder, maar nog steeds geen Landrover of vuur in zicht. De weg is ontzettend slecht en de pas is onwijs smal met diepe afgronden. Ik begin me ondertussen wel zorgen te maken, maar dan ziet de chauffeur in de verte een witte jeep staan. Eenmaal aangekomen kijken Gert en Yeshi vreemd als ik alleen uit de auto stap. Ik bedank de vrouw uitvoerig en krijg van haar nog een aantal stuks Diamox, pillen voor hoogteziekte. Ik vertel Yeshi en Gert dat Dave per se wilde lopen, maar dat hij niet weet hoe ver het nog is en hoe zwaar het laatste stuk is. Ik vraag Gert waarom de tent nog niet staat, maar hij verteld dat we hier niet kunnen kamperen omdat er slecht weer op komst is. We sturen de chauffeur op weg om Dave op te halen. Na een halfuur komt de chauffeur terug zonder Dave. Meneer eigenwijs had geweigerd om in te stappen bij de chauffeur en aangezien de chauffeur geen Engels spreekt kon hij ook niet de discussie aangaan. Er zit dus niks anders op dan te wachten tot Dave er is. We gaan in de auto zitten, want het is inmiddels ijskoud. Van de chauffeur krijg ik warme thee uit de thermoskan. Na een poos zien we eindelijk in de verte een klein zwart stipje. Het duurt nog een hele tijd voordat hij bij de auto is, maar we zijn blij dat we weer compleet zijn. Dave is verbaasd dat de tent nog niet staat en we liggen uit dat we verder zullen moeten rijden om te kamperen. De chauffeur is bang dat zijn auto morgen niet start als we hier blijven en dan zitten we vast middenin de Himalaya. Na een korte discussie besluiten we door te rijden naar het klooster bij het Everest Base Camp. Volgens Yeshi kunnen we hier onze tent opzetten en zijn we een stuk veiliger dan middenin de bergen. Ondanks onze teleurstelling dat we de trekking niet kunnen voltooien beseffen we wel dat het onverstandig is om hier nog langer te blijven. Eenmaal aangekomen bij het klooster is de zon al onder. We moeten de tent dus opzetten in de kou en hebben alle drie bevroren vingers als we klaar zijn. Dave is compleet oververmoeid en duikt zijn slaapzak in. Gert en ik proberen buiten de koken met ons gasstel, maar vanwege de harde wind is het onmogelijk. Dan maar koken in de tent alhoewel het waarschijnlijk onverstandig is. We maken rijst met paprika, ui, wortel en ananas en zijn blij wat warms binnen te hebben. We duiken met kleding in onze slaapzak en proberen warm te worden. Om onszelf af te leiden spelen we ‘ik ga op reis en ik neem mee' totdat we het echt niet meer kunnen onthouden. We vallen in slaap, maar rond middernacht worden we weer wakker en zijn net ijsklontjes. Het lukt niet om weer in slaap te vallen en we bibberen tot het ochtend is. De tent en alles wat erin ligt is bevroren. De flessen water die we bij ons hadden zijn ook bevroren dus hebben geen water om te drinken. Er zit hier op 5200 meter zo weinig zuurstof in de lucht dat als je plat ligt je heel moeilijk kan ademen. Ik moet meerdere malen rechtop in de tent gaan zitten. Om 7:30 houden we het niet meer vol, trekken al de kleding aan die we bij ons hebben en gaan naar buiten.
Het uitzicht op de Mount Everest is prachtig, maar we kunnen er niet echt van genieten. We zien dat de zon achter de bergen is en het duurt waarschijnlijk nog lang voordat hij ons bereikt. We gaan op zoek naar een vuurtje in het klooster. We zijn erg verbaasd dat het daar ontzettend druk is. Er is toevallig een hele Thaise filmploeg gestrand die een spelprogramma opnemen in de Himalaya. Ze vragen of we net aangekomen zijn en we vertellen ze dat we vannacht in een tent geslapen hebben. We mogen meteen bij het vuur komen zitten en krijgen stukken pannenkoek te eten. Het duurt wel 2 uur voordat we een klein beetje opgewarmd zijn en buiten de zon opkomt. We gaan de spullen inpakken, tent afbreken en stoppen alles in de auto. We overleggen met Yeshi en besluiten dat het onverantwoord is om nog een nacht in de tent door te brengen. In plaats daarvan gaan we richting het Everest Base Camp (10 km verderop) en daarna in de jeep terug naar Old Tingri. Het Everest Base Camp is helemaal verlaten. In deze tijd van het jaar is het onmogelijk voor klimmers de top te bereiken vanwege de extreme kou. We maken wat foto's en gaan richting Old-Tingri.
We doen er ongeveer 2 uur over en het is een helse rit. We worden alle kanten op geslingerd in de auto en ik ben blij dat de chauffeur zijn 4-wheel drive goed onder controle heeft. We zien onderweg schitterende bergen, maar ook kuddes yaks en wilde herten. Aangekomen in Old-Tingri is iedereen helemaal door elkaar geschud en kan de chauffeur ook wel een pauze gebruiken dus gaan daar lunchen. Daarna gaan we over de Friendship Highway richting de Nepalese grens. De weg is aangelegd door de Chinese regering en is prima in orde. We hoeven alleen af en toe te stoppen voor een paar geiten of een koe. Alle chauffeurs zijn erg voorzichtig, want als je een dier van iemand anders dood rijdt moet je flink betalen. Yeshi zegt dat ik een paar dagen geleden nog zo'n mooie witte huid had, maar het door de Himalaya nu gekleurd is. Ik was blij dat ik eindelijk een beetje een kleurtje had gekregen, maar volgens hem is het doodzonde!
Om een uur of 18:00 zijn we bijna bij Zhangmu, een grensplaats waar we zullen overnachten. Zhangmu is gebouwd op een berg en is een apart dorp. In de buurt van het dorp zijn veel wegwerkzaamheden en alle inwoners lijken hieraan mee te werken. Yeshi verteld dat je soms een paar uur moet wachten voordat je door kunt rijden, maar we hebben geluk en hoeven maar een minuut of 15 te wachten. We stoppen bij een hotel en hebben een kamer met eigen badkamer, joehoe! We hebben al 4 dagen niet gedoucht en nemen alle drie een ontzettend lange douche. Morgenochtend zullen we om 10:00 uur vertrekken richting de Nepalese grens waar we afscheid nemen van Yeshi en de chauffeur. Nepal here we come!
Na een aantal dagen in Lhasa te hebben doorgebracht moet ik jullie toch echt even vermoeien met een stukje geschiedenis om meer te begrijpen van dit bijzondere land. In 1949, tijdens de stichting van de Volksrepubliek China, wordt Tibet uitgeroepen tot een provincie van China omdat de Chinezen van mening zijn dat Tibet op Chinees grondgebeid ligt. Op 7 oktober 1950 trok het Chinese ‘Volksbevrijdingsleger' Tibet binnen. De Chinese regering noemt het een vredevolle bevrijding, maar de Tibetanen en een groot aantal niet-gouvernementele organisaties zien deze operatie als een invasie. China beweerd dat ze de Tibetanen hebben geweerd van verdere armoede en modernisatie en hoop hebben gebracht. Tibet zit dit anders en in 1960 volgt een aanvaring met honderdduizenden doden tot gevolg. Vooral de afkeer van Mao tegen religie leidde tot een veel geweld tegen het boeddhisme die Tibet en de rest van China verscheurde. Duizenden Tibetaanse kloosters werden door Chinese soldaten aangevallen, geplunderd en vernietigd. De centrale Chinese regering ontwikkelde de verbouwvisie van tarwe en rijst in plaats van gerst, wat vanwege het Tibetaanse klimaat mislukte en uitliep op hongersnoden. Eeuwenoude boeddhistische geschriften werden verbrand of als toiletpapier gebruikt. Het grootste deel van het culturele erfgoed ging verloren. De Daila Lama (religieus en politiek leider van Tibet) vluchtte naar India, waar hij politiek asiel kreeg en tot op de dag van vandaag honderdduizenden Tibetanen in ballingschap voorzit.
Inmiddels wonen er meer Chinezen dan Tibetanen in Tibet, mede doordat veel Tibetanen gevlucht zijn met de Dalai Lama en de Chinezen een bonus krijgen als ze in Tibet gaan wonen. Bovendien zijn er zo"n 200.000 Chinese soldaten in Tibet. De Tibetanen zijn vooral werkzaam in de landbouw en veehouderij. De Chinezen werken veelal bij de overheid of in de handel of dienstverlenende sector. De officiële taal is Chinees. De meeste Tibetanen spreken echter Tibetaans. Op scholen is Chinees de voertaal geworden, wat de autochtone bevolking veelal belemmert om middelbaar of hoger onderwijs te volgen. Zodoende wordt hun positie op de arbeidsmarkt verzwakt.
Ondanks de vele goede invloeden die China heeft op Tibet (het bouwen van wegen, scholen, ziekenhuizen), kunnen veel Tibetanen de culturele vernietiging en de militaire aanwezigheid van de Chinezen niet verkroppen en dat kunnen wij goed begrijpen als wij ons onder de lokale bevolking begeven.
Zodra wij ons buiten Lhasa bevinden is er veel minder te merken van de Chinese invloeden. We gaan zondagochtend in een Landrover samen met onze gids Sam en chauffeur richting Gyantse. De hoogteverschillen tijdens de rit zijn enorm. Na een uur of 2 rijden komen we bij het Yamdrok meer, ook wel bekend als ‘the turquoise lake'. Het meer doet zijn naam zeker eer aan, de foto's lijken wel nep zo blauw is het meer. De omgeving is echt ongekend mooi. Overal waar je kijkt prachtige bergen en strakblauwe lucht. We komen af en toe door wat kleine dorpjes en moeten geregeld stoppen voor koeien, yaks of schapen die op de weg lopen. We kijken ons ogen uit. Na een lunch is een dorpje onderweg (Dave eet yakvlees....bah!) gaan we weer verder en komen langs diverse gletsjers. We verheugen ons nu al op onze trek door de Himalaya, want de besneeuwde toppen zijn prachtig. Einde van de middag komen we aan in Gyantse. We gooien onze tassen in de kamer en lopen lekker in het zonnetje door het stadje. Het is zo'n groot verschil met Lhasa. Geen fastfoodketens, geen herrie en geen soldaten, maar brede straten met kleine winkeltjes waar ook gerust koeien en andere dieren loslopen. Het is moeilijk te beschrijven, maar de sfeer is hier top. We doen wat inkopen bij de supermarkt (Gert zoekt al sinds we in China zijn deodorant, maar dat is hier gewoon niet te koop!) en gaan lekker lezen in de zon. Na het eten duiken we meteen in onze slaapzakken, want zodra de zon hier onder is koelt het af tot vriespunt en er is geen verwarming in het hostel.
Maandag proppen we alle spullen weer in de Landrover en gaan op weg naar Shigatse, de 2e grootste stad van Tibet. Het is maar 90 kilometer, maar door al het vee dat op de weg loopt moeten we vaak stoppen. Ook in Shigatse gaan we meteen de stad verkennen. We lopen over de markt en langs het klooster. Alle schoolkinderen (te herkennen aan hetzelfde trainingspak) zeggen ‘Hello, welcome to Shigatse'. Schijnbaar leren ze op school om dit tegen alle toeristen te zeggen. 's Middags beetje kaarten, lezen en touwtje springen om onze conditie te peilen op deze hoogte. We hebben inmiddels van de gids te horen gekregen dat we elke dag in de Himalaya 27 km af moeten leggen. We maken ook een boodschappenlijst voor onze trip, waar voornamelijk noodles en water op staan. 's Avonds gaan we met 4 andere backpackers eten bij een klein Tibetaanse eettentje naast het hotel. Ik eet er de lekkerste fried rice tot nu toe...mmmh. En dat alles voor €1,50. Daarna gaan we naar een bar waar volgens de gids een Tibetaans dansoptreden is. Als we er zijn blijkt het meer een soort Tibet's got talent te zijn met hele slechte deelnemers...
De volgende dag weer de Landrover in en richting Lhatse. We zijn er rond het einde van de middag en gaan maar weer de stad verkennen. Kees blijft in het hostel, want die heeft erge kiespijn gekregen. We komen langs een markt waar ze met een zaag yaks aan stukken aan het snijden zijn...bah! De jongens gaan er natuurlijk met hun neus bovenop staan, maar ik blijf lekker op een afstandje. Ben hier in Tibet spontaan vegetariër geworden (voor zolang het duurt). Er staan hier net zoals in elke andere Tibetaanse stad overal pooltafels buiten. Gert en Dave spelen een paar potjes en hebben veel bekijks van de locals. 's Avonds helaas geen douche, want die is niet aanwezig in het heel Lhatse. Als we vragen waarom niet zegt Sam dat het hier te koud is en de waterleidingen dus bevriezen.
De volgende ochtend vroeg op, want we gaan richting het beginpunt van onze trekking: Old Tingri. Kees heeft echter ondanks veel pijnstillers onwijze pijn in zijn mond en zijn hele bovenlip is opgezwollen. Hij moet zo snel mogelijk naar een tandarts en heeft waarschijnlijk een wortelkanaalbehandeling nodig. Dit wordt echter heel lastig hier in de buurt (volgens Sam trekken ze gewoon je tanden eruit als je pijn hebt) dus hij moet terug naar Lhasa. We moeten helaas haastig afscheid nemen en hopen dat hij zich binnenkort weer bij ons kan voegen. Het is even wennen met z'n drieën, maar helaas is het niet anders. We zijn ook gewisseld van gids, want omdat Sam uit een bepaald deel van Tibet komt mag hij niet verder dan Lhatse. Yeshi is onze nieuwe gids en is een vriend van Sam. Het is ongeveer 4 uur rijden en onderweg komen we langs een Chinees checkpoint waar alle papieren streng gecontroleerd worden. Onze nieuwe gids verteld veel over de omgeving en we krijgen eindelijk ook wat meer informatie over de trekking. Hij zegt dat het nu eigenlijk naseizoen is en dat niemand meer gaat trekken omdat het te koud is. Waarom wij daar niet eerder over geïnformeerd zijn weet hij eigenlijk ook niet. Als we vragen of we 's avonds een vuur kunnen maken zegt hij dat er geen hout is om dat te doen. De bergen zijn hier namelijk heel kaal. Hij zegt dat we misschien wel yakpoep kunnen vinden om aan te steken. Wij schieten steeds harder in de lach en zien het allemaal wel zodra we op weg zijn. Na te hebben geluncht in een klein dorpje hebben we prachtig uitzicht op de Mount Everest. We zijn ook weer gestegen in hoogte. Aangekomen in Old-Tingri zitten we namelijk op 5000 meter. Ik voel het in mijn hoofd en krijg weer lichte hoofdpijn. Hopelijk is het morgen over als we gaan trekken. In Old-Tingri zijn heel veel kinderen die bedelen om geld. Ze trekken zelfs aan je arm als je ze negeert. Het is heel moeilijk om te zien, maar we proberen ze niets te geven behalve snoepjes.
In het hostel zitten een aantal andere toeristen die vandaag bij het Everest Base Camp zijn geweest. Niemand van hen is gaan trekken en ze verklaren ons voor gek dat we in een tent gaan slapen. Ze zeggen dat het ijskoud is. We zullen zien!
We made it! We zijn in Tibet! Een absoluut hoogpunt van mijn reis, het is hier zo verschrikkelijk mooi. De afgelopen dagen zijn niet de makkelijkste geweest helaas. Even terug naar de treinreis van Xi'an naar Xining. We hadden inderdaad hardsleepers en lagen met 6 personen in een coupe. We waren een ware bezienswaardigheid voor alle Chinezen die om de beurt even een kijkje kwamen nemen in onze coupe. Een Chinees heeft ons zelfs een minuut of 10 gefilmd. Ik voel ineens een enorme sympathie voor de eerste allochtonen in Nederland, want het is flink vermoeiend als iedereen je aanstaart alsof je een buitenaards wezen bent. Er slapen 60 mensen in een wagon en de Chinezen in de trein zijn ontzettend luidruchtig. Ze eten, praten en bellen de hele nacht. Er zit helaas geen deur om de coupe af te sluiten dus een goede nachtrust zit er niet in. Kees en Gert slapen op de onderste bedden en krijgen 's nachts bezoek van een oude Chinees die ook op hun bed wil zitten...?! Er zit ook een gearresteerde boef in onze wagon. Zowel zijn handen als voeten (!) zijn geboeid. 's Ochtends komen we aan in Xining. We merken meteen dat dit een geheel andere stad is dan Beijing en Xi'an. We worden door niemand aangeklampt en kunnen rustig een taxi nemen. De prijzen zijn hier een stuk lager dan in de grote steden. Voor de taxi naar ons hostel betalen we €1,- met z'n vieren. Het hostel (Lete Youth Hostel) ziet er prima uit. We nemen een kamer met 2 stapelbedden. We gaan direct op zoek naar Bill om te vragen wat hij op dit moment van ons nodig heeft. Hij zegt dat alles in orde is en dat we donderdagavond zullen vertrekken. Het enige dat we zo snel mogelijk moeten regelen is het visum van Dave. Daarom pakken we direct een taxi naar de PSB (Public Security Bureau) van Xining. Dit is een verademing vergeleken bij die van Beijing. We worden hier direct geholpen en verlenging van Dave's visum met 30 dagen is geen probleem. De bankrekening die hij in Beijing heeft geopend en het geld dat hij erop heeft gezet is hier compleet overbodig. Formuliertje invullen, pasfoto erbij en donderdag ophalen zegt ze. Als we heel lief vragen of we het visum alstjeblieft morgen (woensdag) op kunnen halen dan is dat ook mogelijk. We love Xining! We gaan terug naar het hostel, nemen een douche en gaan de stad verkennen. Het is hier veel rustiger en schoner dan in Beijing en Xi'an. Er zijn ook geen verkopers op straat die iets van je willen. Er zijn weinig mensen die Engels spreken, maar dat geeft niet omdat de stad goed overzichtelijk is en we dus weinig hulp nodig hebben. We kopen een stapel dvd's voor een prikkie en gaan er eentje kijken in de woonkamer van het hostel. Daarna zijn we allemaal bekaf en gaan een paar uurtjes slapen. Als we om 19:00 uur willen gaan eten voelt Gert zich beroerd. Zelf voel ik me ook niet al te best maar heb wel honger. Dus ga met Dave en Kees naar een Italiaans restaurant in de buurt. Halverwege mijn pizza heb ik echter weinig trek meer. Als we teruggaan ben ik misselijk en heb hoofdpijn dus duik meteen mijn bed in. Om 01:00 uur word ik wakker en weet meteen dat het foute boel is. Overgeven en alle bijbehorende verschijnselen waar ik jullie niet mee lastig zal vallen ;-). Het wordt een dodelijk vermoeiende nacht en tot een uur of 12:00 de volgende morgen blijft mijn lichaam alles eruit gooien. Eindelijk val ik uitgeput in slaap. Om 16:00 komen Kees en Dave binnen met een serieus gezicht en zeggen dat we een probleem hebben. Bill heeft zich vergist...we moeten vanavond al op de trein naar Lhasa! Ik blijf gelukkig rustig (heb geen energie om me druk te maken) en vertel de jongens dat ik heus wel mee kan, maar wel hulp nodig heb bij een aantal dingen. We moeten in een razend tempo allerlei dingen regelen. Ik krijg bekers met O.R.S. te drinken, eet kaakjes en krijg een geschilde appel. Dave gaat als een speer naar de Bank of China om onze restantbetaling voor Bill te pinnen en neemt daarna alle benodigde papieren en instructies in ontvangst. Kees doet boodschappen voor onze treinreis aangezien we tijdens de 24 uur nergens stoppen. We pakken onze tassen in en ik duim dat mijn compleet lege lichaam stabiel blijft tot we in de trein zijn. Helaas komt alles er toch vlak voordat we vertrekken weer uit L. Gelukkig gaat in de taxi alles goed en hoeven we op het station niet lang te wachten. Wel moeten we alleen op het station al 3 keer onze permits voor Tibet laten zien. Op het station zien we meteen al een heleboel Tibetanen. Ze verschillen zo ontzettend veel van de Chinezen. Hun huidskleur is veel donkerder en de kleding veel kleuriger. De vrouwen en meisjes dragen hun haar in lange vlechtjes en hebben allemaal rode blosjes op hun wangen. Deze mensen stralen een soort puurheid en vriendelijkheid uit waarbij je je automatisch goed voelt. We zijn weer de nationale attractie op het station. De Tibetanen zijn helemaal niet verlegen en komen naar ons toe om met ons te communiceren zo goed en kwaad als dat gaat. Met behulp van ons Point-It boekje willen we laten zien waar we vandaan komen. Niemand van hen blijkt echter te kunnen lezen. Ik had al gelezen dat circa 75% van de Tibetanen analfabeet is. Dan komt er een traditionele monnik met ons praten. Hij spreekt prima Engels. Hij verteld dat hij een Boeddhistische meester is en workshops geeft over de hele wereld. Hij is ook al 2 keer in Amsterdam geweest. Eenmaal in de trein zitten er al mensen in onze coupe. Het duurt een hele poos voordat we ze ervan kunnen overtuigen dat dit onze coupe is. Er zijn wederom 6 bedden in de coupe maar gelukkig zijn we dit keer maar met z'n viertjes. Ik ben blij dat ik het gehaald heb en installeer me meteen in m'n slaapzak. Oordopjes in, oogmasker voor en slapen maar.
De volgende ochtend zijn we vroeg wakker en genieten we van een prachtige zonsopgang vanachter de besneeuwde bergen. We zijn blij om de smog achter ons te laten. De hele dag hebben we schitterende uitzichten. De trein gaat voor meer dan 80% over een hoogte van 4000 meter en is daarmee het hoogste treintraject ter wereld. Pas in 2006 is dit nieuwe treintraject, uiteraard aangelegd door de Chinezen, geopend. Om een trein te kunnen laten rijden op deze hoogte zijn er aantal technische hoogstandjes nodig waaronder de hoogste tunnel ter wereld (5010 meter), 675 bruggen met een totale lengte van 160 km en het kunstmatig bevroren houden van de grond onder de rails. Tevens is er in de trein voor iedere passagier een speciale zuurstoftoevoer. Op de Tibetaanse vlakte bevat de lucht 35-40% van de hoeveelheid zuurstof op zeeniveau en daarom is er extra zuurstof voorziening nodig ter voorkoming van hoogteziekte. Het is goed te merken dat we gestegen zijn, want al de chips en koekjes die we gekocht hebben zijn helemaal opgeblazen en knallen uiteindelijk open.

Na het hoogste punt (5072m) te zijn gepasseerd begin ik flink last te krijgen van de hoogte. Ik krijg hoofdpijn en ben erg duizelig. De landschappen buiten blijven echter prachtig en 's middags komen langs het Nam Tso meer. Dit lichtblauwe meer is omringd door witte besneeuwde toppen en is het hoogste zoetwatermeer ter wereld op 4718 meter hoog. Inmiddels hebben we een andere toerist in de trein gevonden, een Canadese gids. Hij kan ons veel vertellen over zowel de geschiedenis als de huidige situatie in Tibet. Hij zegt dat we niet moeten schrikken van het grote aantal Chinese soldaten in Lhasa en waarschuwt ons voor het maken van foto's van deze soldaten. Als ze het zien vernietigen ze gewoon je camera. We proberen ook een aantal Tibetaanse woorden uit ons hoofd te leren, want volgens hem stellen de Tibetanen dit zeer op prijs. We krijgen tijdens de reis allerlei etenswaren aangeboden van onze buren, zoals heerlijk gedroogd yakvlees. We bedanken vriendelijk. Uiteraard bieden we hen ook van alles aan en vooral de Menthos vallen in de smaak. Onze Tibetaanse buurman staat met zijn hand voor zijn mond te wapperen en er komt bijna stoom uit zijn oren. Vervolgens gaat hij aan iedereen vertellen wat hij op heeft en willen de anderen er uiteraard ook een! We zijn ook weer een geliefd foto object en we worden geregeld uitgelachen. Waarom dat weten we niet precies!? Ondanks alle afleiding in de trein beginnen we meer en meer last te krijgen van de hoogte. Ik heb het idee dat mijn hoofd bijna gaat exploderen. Ook de jongens hebben er last van. Als we 's avonds om 21:30 op het station aankomen willen we alleen maar zo snel mogelijk naar ons hostel. Iedere stap op het station lijkt wel een uitputtingsslag. We zijn duidelijk nog niet gewend aan de hoogte. Gelukkig staat Sam, onze gids voor de komende 2 weken, ons al op te wachten. We krijgen een zijden witte sjaal (khata) van hem die ons geluk moet brengen in Tibet. We springen in de auto en binnen een kwartiertje zijn we bij het hostel. Ik stort me op het bed en val niet veel later met een hartslag van minstens 140 in een hele diepe slaap.
De volgende morgen zien we dat onze kamer uitzicht heeft op de Potala, het voormalig onderkomen van de diverse Dalai Lama's. Ik moet helaas het ochtendprogramma even overslaan om bij te komen. Gert is ook nog ziek en daarom gaan alleen Dave en Kees met de gids richting de Jokhang tempel, de belangrijkste tempel van Tibet. 's Middags sluiten Gert en ik weer aan en gaan we naar de Sera Monestry. Op weg naar het klooster zien we al een grote hoeveelheid Chinese soldaten. Ze staan op bijna elke hoek van de straat, dragen een flink geweer en sommigen houden zelfs een afweerschild voor zich. Ik vind het bijna lachwekkend want het is absoluut niet duidelijk met wat voor reden ze er staan. Er zitten zelfs soldaten op de daken van gebouwen als een soort sluipschutters. Ik vind het verschrikkelijk om te zien. En ondanks ik weet dat het verboden is om foto's van ze te maken probeer ik het uiteraard toch en met succes.

Het Seraklooster is een van de belangrijkste kloosters in Lhasa die nog intact is. Voor de inval van de Chinezen woonden hier ongeveer 6000 monniken waarvan er nu helaas nog maar 200 over zijn. Het is een prachtige en fascinerende plek. Het is er zoveel vrediger en mooier dan in het centrum van Lhasa, waar alle Tibetaanse gebouwen zijn geruïneerd en vervangen zijn door Chinese. Ik vergeet hier mijn hoofdpijn en zwakke maag en geniet van alle ceremonies, praktiserende monniken, buddha's en vooral van de mensen die op bedevaartstocht zijn. Ze offeren geld en yakboter aan alle Buddha's in het klooster en zien er heel gelukkig uit. Ze glimlachen naar ons en een oude Tibetaanse vrouw pakt mijn hand en begint een soort gebed te zeggen. Volgens Sam, de gids, wil ze met me dansen. Ik doe met haar mee en daar heeft ze de grootste lol om.

De jongens zijn er maar bij gaan zitten en krijgen gezelschap van een oude monnik. Hij spreekt geen Engels, maar zegt alles na wat de jongens zeggen. Hij heeft geen tand meer in zijn mond! We vragen Sam geregeld naar mening over de Chinese invloeden in Tibet, maar moeten altijd uitkijken dat er geen soldaten of gewone Chinezen in de buurt zijn. Hij is altijd alert en soms zelfs schichtig. Pas als we op rustige plekken zijn lijkt hij te ontdooien en verteld hij ons hoe verschrikkelijk de Tibetanen de Chinese bezetting vinden.
We nemen de bus terug naar het centrum en Sam neemt ons mee naar Barkhor. Dit is de bedevaartscirkel rond de Jokhar. Bedevaarders, handelaren, militairen, nomadengezinnen en toeristen vermengen zich hier. Je kunt hier gerust een hele dag zitten en alleen maar mensen bekijken. Ik koop een kleine gebedsmolen en een rozenkrans met 108 houten kraaltjes. De Tibetanen hebben er altijd een in hun hand en tellen de hele dag de kraaltjes als een soort mantra. Het is hier in Tibet veel langer licht dan in Beijing en pas rond etenstijd gaan we doodop terug naar het hostel. Eten, douchen, boek lezen, blog schrijven en naar bed.
Zaterdag staat de Potala op het programma. De Potala was het paleis van de Dalai Lama's tot de 14e Dalai Lama naar India gevlucht is. Op dit moment leven er alleen nog een paar monniken om het gebouw te beschermen. De Potala staat sinds 1994 op de UNESCO werelderfgoed lijst en kan gelukkig dus niet aangetast worden door de Chinese regering.

Wel hebben de Chinezen alles rondom de Potala verbouwd en o.a. een plein gebouwd naar voorbeeld van het Tiananmen plein in Beijing. Het is een uitputtingsslag om de Potala te beklimmen. Elke stap is doodvermoeiend door de grote hoogte. Om je aan te passen aan de verminderde hoeveelheid zuurstof in de lucht moet je beenmerg extra rode bloedlichaampjes produceren. Dit duurt meestal een paar dagen dus hopelijk hebben we er binnenkort geen last meer van.

De rondleiding door de Potala is bijzonder. We bezoeken eerst het witte paleis en daarna het nog hoger gelegen rode paleis waar zich het religieuze gedeelte bevindt. We bezichtigen de diverse tempels en de mausolea van de 7 dalai lama's. Een aantal van de beelden zijn van puur goud gemaakt. Fascinerend zijn de mensen die op hun bedevaartstocht hier eindigen. Ze lopen de hele weg vanaf hun dorp met een gebedsmolen naar Lhasa en in de Potala offeren ze Yuan's en yakkaarsvet aan alle goden terwijl ze constant gebeden blijven zeggen. 's Middags moeten we shoppen voor onze trek naar de Himalaya. We hebben een tent en kookstel nodig en de jongens moeten een slaapzak kopen. Het is allemaal spotgoedkoop en we kopen ook alle vier een soort skibroek op aanraden van de gids. De mijne is een beetje baggy want er zijn alleen mannenmodellen, maar hij is wel van The North Face en kostte maar een tientje! Wat wil je nog meer! Helemaal volgeladen gaan we terug naar het hostel en gaan heerlijk relaxen op het dakterras. We genieten van de scherpe zon op ons gezicht en eten een berg fruit die we op straat hebben gekocht.

Vanavond gaan we nog even een drankje doen met Chris en Machteld die we hier weer zijn tegengekomen.
De komende 3 dagen reizen we met onze gids en chauffeur naar Gyantse, Shigatse en vervolgens naar Old Tingri vanwaar we beginnen met onze 4 daagse trip door de Himalaya. Op vrijdag (6 november) komen we dan als alles volgens plan verloopt aan bij het Everest Base Camp. Daarna reizen we over land door naar Nepal, vanwaar dus waarschijnlijk mijn volgende bericht zal komen! Iedereen wederom ontzettend bedankt voor de leuke reacties, ik geniet ervan!
De trein vanuit Beijing was prima te doen. We harden hardsleepers geboekt, maar er was niets ‘hard' aan. We hadden 4 bovenbedden, verdeeld over 2 coupés. Gert en Kees lagen boven 2 Duitsers die de marathon in Beijing hadden gelopen. Een van de mannen was 71 jaar, een hele prestatie dus! Dave en ik lagen boven een Chinese opa en oma. Ze vonden ons maar vervelend aangezien ik Dave Nederlandse les gaf en constant in een deuk lag om zijn belachelijk Engelse uitspraak. 's Ochtends kwamen Gert, Kees en de Duitsers happy birthday zingen in het Nederlands, Engels en Duits en dat vonden ze ook maar vreemd. We werden op het station opgehaald door iemand van het hostel en hebben meteen treintickets gekocht voor maandagavond naar Xining. We konden de vrouw van het ticket office bijna niet verstaan door oorverdovende herrie op het station, maar hebben het voor elkaar gekregen 4 kaartjes naar Xining te bemachtigen. De kaartjes zijn verbazingwekkend goedkoop, dus ben benieuwd in wat voor trein, stoel en/of bed we belanden.

Het hostel ziet er prima uit. We nemen een kamer met z'n vieren en gaan eerst ontbijten. Arjan en Stieneke zitten ook in dit hostel dus kunnen ons mooi op de hoogte brengen van alle interessante dingen in de omgeving. We besluiten om vandaag lekker rustig aan te doen. Dave was gister ziek (koorts, overgeven etc) en Gert voelt zich vandaag niet zo lekker. Hopelijk gaat het aan mij voorbij...lang leve de vitaminepillen.
Ik ga met Dave en Kees richting de moslimwijk van Xi'an. In deze wijk wonen alle Chinese moslims uit de omgeving en worden allerlei ‘lekkernijen' verkocht op straat. We willen niet nog meer zieken, dus we houden het bij foto's maken van deze dubieuze etenswaren. Terug in het hostel staat er een verrassing op me te wachten. Arjan en Stieneke hebben een taart voor me gekocht! Toevallig zitten ook Sam en Judith, het Zwitserse koppel uit de trein, ook in dit hostel en we eten de taart gezamenlijk op. Als we even willen gaan internetten komen er 3 Chinese meisjes aan ons vragen of ze bij ons mogen komen zitten om hun Engels te oefenen. Ze vertellen dat ze 2e jaars economie studenten zijn aan de Universiteit van Xi'an. Ze hebben van hun docent Engels de opdracht gekregen met toeristen hun Engels te oefenen. Het wordt een bizar gesprek en ondanks dat ik al veel gehoord had over het leven van de Chinezen is het toch anders als je het van deze meiden zelf hoort. De meisjes wonen alledrie op een soort kleine kamer bij de universiteit. Twee van hen komen uit Xian. Wonen in de stad betekend dat de ouders maar 1 kind mogen krijgen. Ze hebben dus beiden geen broers of zussen en hebben een onwijze drang goed te presteren om hun ouders trots te maken. Het andere meisje komt van het platteland in de buurt van Xian en komt uit een gezin van 3 kinderen. Haar ouders hadden meer dan 1 kind nodig om te werken op het land. Ze hebben echter voor hun 2e en 3e kind een hoge boete moeten betalen aan de regering. Het meisje presteerde buitengewoon goed op school en is daarom in aanmerking gekomen voor een beurs van de universiteit. Nu woont ze moederziel alleen in de grote stad en mist haar familie erg. Maar zeuren doen ze niet, want deze meiden zijn nog de gelukkigen van de samenleving. (Degenen die namelijk minder slim zijn maken vaak dagen van 15 uur per dag, 7 dagen per week en hebben maar een dag of 2 vakantie per jaar.) De meisjes zijn nog nooit op vakantie geweest. Sterker nog, ze hebben niet eens een paspoort. Als ik vraag waarom niet dan leggen ze uit dat het ontzettend lastig is een paspoort aan te vragen. Je krijgt pas een paspoort als hiervoor een gegronde reden is, zoals een studie in het buitenland. Dit kunnen ze echter niet betalen dus op deze manier blijft bijna iedereen in de streek waar ze vandaan komen. We vuren nog talloze vragen op ze af. Ze hebben nog nooit gehoord van YouTube, Facebook, Twitter of Wikipedia. En dat terwijl ze de major E-Business hebben gekozen. Als wij vragen waarom zij denken dat de Chinese regering deze media blokkeert zeggen ze met vol overtuiging dat het is om hen te beschermen. Het land is er waarschijnlijk nog niet klaar voor als de regering het niet toestaat denken ze. Verder maken ze zich grote zorgen om een baan te vinden als ze afgestudeerd zijn. Er zijn volgens hen ontzettend veel afgestudeerde mensen in China en te weinig goede banen en waarschijnlijk worden ze ondanks hun goede opleiding tot nog huisvrouw later. Ik probeer ze ervan te overtuigen dat E-Business een onwijs goede keuze is en dat er over 2 jaar als ze afstuderen nog meer werk in deze richting zal zijn. Er zijn nog nauwelijks Chinese webwinkels, dus deze markt zal zich in de komende jaren zeker gaan ontwikkelen. Ze zijn blij om dat te horen en worden helemaal enthousiast. Als een Europeaan het zegt MOET het namelijk wel zo zijn! Ze vragen met wie van de jongens ik eigenlijk getrouwd ben. Als ik vertel dat ik helemaal niet getrouwd ben en ook geen vriend heb en alleen op reis ben zijn ze zwaar geshockt. Volgens hen zouden Chinese vrouwen nooit alleen op reis kunnen gaan. Als ik vraag waarom niet dan krijg ik het antwoord dat het toch helemaal niet veilig zou zijn. Chinese vrouwen kunnen zichzelf niet verdedigen tegen allerlei gevaren! Ik demonstreer en zeg dat ik iedereen die me lastig valt gewoon een paar klappen verkoop en daar moeten ze toch wel heel verlegen om giechelen. Ook als we ze een compliment geven voor hun goede Engels duiken ze zowat in elkaar van schaamte. De onderdanigheid druipt ervan af. We leggen uit dat we op dit moment met z'n vieren naar Tibet reizen. Ze vragen waar onze ‘director' dan is. Director? Ja iemand die ons begeleid zeggen ze. Uuuuh... die hebben we niet. Maar wie besluit dan wat jullie gaan doen? Nou dat doen we gewoon gezamenlijk in overleg. Dat vinden ze maar erg vreemd. We praten lang en zowel zij als wij vallen van de ene verbazing in de andere. Een van de meiden verteld dat ze heel erg van Jazzmuziek houdt. Ze heeft haar MP5(!) speler bij zich en wil wel wat laten horen. Dan knalt ineens een nummer van de Pussycat Dolls uit haar speakers. Dus wij zeggen ja maar dat is toch geen Jazz! Haar Chinese muziekleraar zegt dat het Jazz is en hoe wij ook ons best doen om uit te leggen wat Jazz is, ze gelooft toch echt haar eigen muziekleraar. Maar ja, neem ze het eens kwalijk! Als iemand mij zou vertellen dat geel eigenlijk blauw is terwijl ik altijd heb geleerd dat het geel is zou ik het ook niet geloven.
Als het donker wordt moeten ze gaan en geven ons weer een lading complimenten, namelijk dat we zo aardig en zo knap zijn. Soms is het zo vermoeiend, want vergeleken met hun leven is het onze zoveel makkelijker en ze zouden beter wat meer zelfvertrouwen kunnen krijgen dan ons complimenten te geven. Voor ze weggaan krijgt Gert ze nog zover om Happy Birthday in het Chinees voor mij te zingen. Er is nog nooit zo vaak voor mij gezongen op m'n verjaardag. Mijn lieve vriendinnen hebben 's nachts als eerste op mijn voicemail ingezongen. In welke taal weet ik niet, want ik weet nu dat Honky Ponky Shanghai geen Chinees is hahahaha. Thanks anyway girls!
We gaan eten en ik trakteer de jongens op een toetje. Het is gigantisch druk geworden in de bar van het hostel. Het is zaterdagavond en het is propvol met luidruchtige Chinese jongens en meisjes. We zijn moe en vluchten naar onze kamer. Kees en Dave zijn iets eerder weggegaan en als ik binnen kom krijg ik ineens een taart met 26 brandende kaarsjes in mijn handen geduwd. Snel uitblazen en een wens doen want de kaartjes smelten als een raket.

Zondag gaan we naar de belangrijkste archeologische opgraving van de 20e eeuw, de Terracotta Warriers. Het is ongeveer een uur met de bus vanaf het treinstation, maar op weg naar het treinstation verdwalen we helaas al. In Xi'an spreken veel minder mensen Engels dan in Beijing en zijn er veel minder verkeersborden in het Engels. Iedere keer als we iemand vragen welke bus we moeten hebben noemen ze een ander nummer. En als we vragen ‘is dit de juiste bus?' zeggen ze ja, maar vragen we vervolgens ‘moeten we die bus hebben?' zeggen ze ook ja. Het lijkt wel of ze gewoon geen ‘nee' willen zeggen. Pfff wat vermoeiend. Maar goed, uiteindelijk komen we dan toch op het station terecht en ondertussen zien we ook nog een Chinees bruidspaar. Als ze uit de bruidsauto stappen wordt er een flinke duizendknaller met rotjes afgestoken. Eef, misschien een leuk idee voor bij het stadhuis op de Coolsingel J? Vanaf het station nemen we een minibusje voor 7 Yuan naar de Terracotta Warriers. De bus wordt helemaal volgepropt met mensen en rijdt als een gek. Toch hebben we tot nu toe geen enkel ongeluk gezien hier in China (ff afkloppen).
Er zijn 3 verschillende gedeeltes met opgravingen. Keizer Qin Shihuang heeft de soldaten van klei (op werkelijke grootte) laten maken rond zijn graf omdat hij ervan overtuigd was dat het leven doorging in het hiernamaals. 700.000 arbeiders hebben gewerkt aan het mausoleum en het Terracottaleger. In 1974 hebben boeren die een put wilden graven de soldaten per ongeluk gevonden en tot op de dag van vandaag is men nog bezig de opgravingen te voltooien. Het is erg bijzonder om te zien. Wederom zijn er een gigantisch aantal Chinese toeristen aanwezig die braaf achter hun gids met vlag aanlopen.

Ook terug nemen we weer de goedkope minibus. Dit keer proppen ze hem nog voller dan op de heenweg. Er staan wel 30 mensen in het gangpad terwijl je zittend al heen en weer wordt geschud door het rijgedrag van de chauffeur. Elke keer denk je weer dat de bus nu echt vol zit, maar toch stoppen ze dan om nog meer mensen binnen te laten. Gelukkig hebben wij een zitplek en hebben we er niet veel last van. In de supermarkt naast het hostel koop ik een stuk Nederlandse kaas. Mmmh, wat heb ik dat gemist. Terug in het hostel gaan we even relaxen. Ik verstuur wat mailtjes en de jongens spelen een potje pool. We gaan ‘uit eten' bij de Pizzahut en op tijd naar bed. Morgen hebben we weer een treinreis voor de boeg naar Xining. In Xining zit Tibetan Connections, het kantoor waar we onze trip naar Tibet geboekt hebben. Hier moeten we een aantal dagen blijven tot al onze spullen (lees permits e.d.) in orde zijn. Ook moet Dave hier zijn Chinese visum verlengen. We hebben onwijs veel zin in onze trip en hopen dat we geen last zullen krijgen van hoogteziekte of gaan bevriezen in de Himalaya. Hopelijk komt het volgende bericht vanuit Tibet
!
Katie Melua had gelijk... er zijn MINSTENS ‘9 million bicycles in Beijing'. Wat een stad! En wat een Chinezen! Er zijn er zo ongelooflijk veel. Laat ik even beginnen bij het begin. Het laatste stukje trein van Ulan Bator in Mongolië naar Beijing was gezellig. Veel toeristen in de wagon en iedereen was redelijk moe, maar potjes hartenjagen en thee drinken lukt altijd wel. Ook nog gegeten in de Mongoolse restauratiewagon waar er nog maar 3 gerechten van de 25 beschikbaar waren, maar dat mocht de pret niet drukken. Vrijdagmiddag rond een uur of 14:00 kwamen we aan in Beijing. Afscheid genomen van de meeste reizigers waar we mee opgetrokken waren behalve van Kees en Gert, want die gaan mee naar hetzelfde hostel. We gaan met de metro, maar raken daarna de weg kwijt dus nemen toch maar een taxi. Taxi's zijn spotgoedkoop, voor €5,- zit je aan de andere kant van de stad. Het hostel is super. We hebben met z'n drieën een kamer met 2 stapelbedden en betalen maar 450 yuan (€4,50) per persoon. Na een lekkere warme douche gaan we lopend de stad in en mengen ons tussen de gigantische hoeveelheid Chinezen. Ze zijn allemaal vriendelijk en de ‘Ni Hao's' vliegen ons om de oren. Er lopen grote groepen Chinese toeristen in de stad. De toeristen lopen als groep achter een gids met vlag aan en dragen allemaal dezelfde kleur petjes. Het zijn echte kuddedieren. Voornamelijk deze toeristen lijken ons interessant en grappig te vinden. Ze vragen geregeld of we op de foto willen met ze. Ons hostel grenst aan het Tiananmen plein en ook 's avonds is het hier een drukte van jewelste. Wij bekijken het allemaal van een afstandje en besluiten om na het weekend deze trekpleisters te gaan bezoeken. Het is hier om 18:00 al donker en het koelt snel af 's avonds. Na een bezoekje aan de KFC (we hebben ontzettende behoefte aan fastfood na de overkill aan noodles in de trein) komen we uit bij een lange winkelstraat. Zara, H&M, Vero Moda...alles is aanwezig. Er lopen hier alleen rijke Chinezen. We zijn ondertussen wel de weg kwijt geraakt. Maar gelukkig hebben we van het hostel een kaartje gekregen waarop in het Chinees staat: ‘kunt u mij naar het Xianmen hostel brengen'? Na een potje afdingen nemen we een soort brommertaxi en zijn zo weer bij het hostel. We zijn moe en duiken vroeg ons bed in.
De volgende ochtend ontbijten we uitgebreid in het hostel met toast, eieren, yoghurt met muesli en fruit en groene thee voor maar 25 yuan. We besluiten de stad te gaan verkennen per fiets. Dave, een Engelsman die net is aangekomen gaat ook mee. Het is prachtig weer en we hebben de grootste lol op onze stokoude fietsen met mandjes voorop. We slalommen door de smalle hutongs (mini-steegjes die dwars door de stad lopen)en alle Chinezen lachen om ons.

Naast de grotere wegen is een brede strook aangelegd voor fietsers. Hier zie je naast de meeste uiteenlopende soorten fietsen ook allerlei gemotoriseerde karretjes. De taxi's en bussen gebruiken de fietsstrook als stopplaats dus je moet altijd alert zijn. We zijn meerdere malen afgesneden door een bus of taxi. De regel in Beijing is: ‘it's always the cyclist way to get out of the car's way and not the other way around.' Aangezien onze remmen niet echt lekker werken is dit een flinke uitdaging. Tijdens het fietsen komen we langs diverse trekpleisters in Beijing. De rijen voor de ticket offices zijn werkelijk niet normaal zo lang. We verwonderen ons nog steeds over het grote aantal Chinezen. De grote kracht van China is absoluut de hoeveelheid mensen. Er zijn hier nooit en paar mannen bezig met wegwerkzaamheden, maar minstens 50. In de KFC houden 10 personeelsleden alles schoon en in de H&M wordt elk truitje dat je oppakt netjes teruggehangen door het winkelpersoneel. Wat verder opvalt, is dat alles netjes in het Chinees en Engels wordt weergegeven, zoals menukaarten, verkeersborden, straatnamen etc. De Olympische Spelen hebben hier een grote rol in gespeeld. Er zijn uiteraard uitzonderingen...we gaan lunchen in een of ander Chinees tentje waar alleen locals zitten. Ze maken ons duidelijk dat we een mandje moeten vullen met groenten en vlees en dit wordt vervolgens gekookt en geserveerd met rijst en saus erover. Het smaakt prima alhoewel we ons afvragen wat we precies eten. 's Middags zijn de files nog langer geworden en we fietsen eromheen en tussendoor. We zitten intussen vol met uitlaatgassen en gaan richting hostel. Moe maar voldaan doen we een drankje met wat andere reizigers. We praten over alle dingen waar we ons over verbazen in China. Bijvoorbeeld het feit dat de Chinese overheid Facebook, Twitter en YouTube blokkeert. Voor ons onbegrijpelijk dat dit zomaar kan. In Nederland zijn sommige politici zelf fanatieke twitteraars. Verder lopen veel reizigers tegen visumproblemen aan. De meeste toeristen hebben net als wij een visum voor 30 dagen en de overheid maakt het bijna onmogelijk dit visum te verlengen. Je bent dan verplicht een Chinese bankrekening te openen en hier €3.000,- op te zetten. We eten in het hostel lekker op de bank en kijken naar American Pie the Wedding. Het is zaterdagavond en we willen vanavond weleens wat van het nachtleven in Beijing proeven. We gaan op aanraden van het personeel met wat andere mensen naar ‘Mix', een van de grootste clubs in Beijing. Het is een hele mooie club. Er is maar een kleine dansvloer en het grootste gedeelte is gevuld met tafels waaraan rijke Chinezen zitten met flessen Chivas van 10 liter en grote schalen fruit. Er wordt gewoon gerookt binnen. Verschillende dj's volgen elkaar op. Ze draaien voornamelijk hiphop en R&B. Er zijn maar weinig toeristen en we hebben veel bekijks. De Chinezen hebben trouwens echt geen gevoel voor ritme en dansen allemaal uit de maat. Als ik op een gegeven moment met een Finse jongen sta te praten die in Beijing werkt worden we door een van de Chinezen uitgenodigd om aan zijn tafel te komen zitten. We krijgen allerlei drankjes en sigaretten aangeboden en ook al weigeren we beleefd, ze vragen het om de paar minuten opnieuw. Onze gastheer is een compleet dronken politieagent die overduidelijk homo is, maar zijn vriendin zit naast hem...beetje wazig dus!? Na een paar uurtjes komt Gert erachter dat zijn portemonnee gestolen is uit zijn achterzak. Gelukkig zat er alleen wat geld in en zijn verzekeringspasje.
Zondag doen we helemaal niks. Het is bewolkt en we iedereen hangt in zijn joggingsbroek in het hostel. Filmpje kijken, internetten en kletsen. Ook als je reist heb je af en toe een echte zondag nodig! We hebben informatie aangevraagd over de diverse reizen naar Tibet en na overleg besluiten we (Gert, Kees, Dave en ik) om een 14-daagse reis te kiezen met een 4-daagse trek in de Himalaya erbij. We besluiten om vrijdagavond de trein te nemen naar Xian, daar 3 dagen te blijven en dan verder te reizen naar Xining, waar we het kantoor van Tibetan Connections zit en vanaf waar onze Tibet reis zal beginnen. Verder maken we ook plannen van de maandag een culturele dag te maken. We staan vroeg op en gaan lopend over het Tiananmen Square, met 400.000 m2 het grootste plein ter wereld. Het is prachtig weer en Kees lees achtergrondinformatie voor uit de Lonely Planet. Na het plein kopen we een kaartje voor de Verboden Stad en gaan naar binnen. Het is groter dan ik gedacht had en de diverse paleizen zien er indrukwekkend uit. Gedurende 500 jaar regeerden er 24 keizers, vanuit dit paleizencomplex, over China. De keizer en zijn complete hofhouding woonde en leefde binnen de Verboden Stad.

Na een relaxmomentje in het park gaan we naar een gedeelte van de stad waar gigantische malls met electronica zitten, want Kees wil een laptop kopen. We worden werkelijk belaagd door de verkopers. Ze proberen je mee te slepen naar hun winkel. Ik word er een beetje gek van en ga met Gert en Dave wat eten in het foodcourt beneden. Na een uurtje heeft Kees een goede laptop gevonden en alle 10 personeelsleden van de (kleine) winkel zijn hem aan het helpen. Af en toe zijn de Chinezen zo vermoeiend... Ik wil nog een klein stukje in m'n eentje lopen maar dan word ik helemaal van alle kanten belaagd. Miss you're so beautiful is ongeveer de enige Engelse zin die ze kennen. Ga maar weer terug naar de jongens want dan is het enige wat ze doen vaak staren en laten ze me verder met rust. We gaan met de metro terug naar het hostel en het is spitsuur. De Chinezen laten bij een stop mensen niet eerst uitstappen, maar persen zich gewoon naar binnen. Het is bloedheet en ik ben al die Chinezen even helemaal zat. Terug in het hostel neem ik een douche en eten we samen met een groep Amerikaanse studenten die hier Chinees studeren. Een van hen is jarig en om dat te vieren gaan we naar Cargo, een andere grote club in Beijing. Hij lijkt een beetje op de andere club, ook een kleine dansvloer en heel veel VIP-tafels. We zijn met een grote groep en worden wederom flink aangestaard.
Dinsdag slapen we uit en ga ik de treinkaartjes naar Xian kopen. Dat werd iets ingewikkelder dan ik dacht. Ten eerste kon ik geen ticket office vinden. En toen ik hier eindelijk naar toe was gebracht door een medewerkster bleek dat er niemand Engels sprak bij het ticket office. Lijkt me toch best handig op zo'n groot treinstation L. Uiteindelijk zelf een Chinees gezocht die Engels sprak en die heeft geholpen met vertalen. Het is zo lastig dat de Chinezen het alfabet niet gebruiken. Altijd als je een taxi wilt nemen of kaartjes wilt kopen zoals nu moet je vragen of iemand van het hostel het voor je in het Chinees wil opschrijven. Met de kaartjes in the pocket door naar de Silk Market, die bekend staat om alle nep outdoor spullen. Ik koop een mooie zwarte windstopper van The North Face die niet van echt te onderscheiden is. Ik ben dit keer alleen en word weer veel meer aangeklampt dan wanneer ik met de jongens ben. Eenmaal terug in het hostel lekker eten en daarna gaan we naar de bioscoop. Jasper is inmiddels ook aan komen waaien bij ons hostel en gaat ook mee. We kijken naar ‘The Founding of a Republic' met Engelse ondertiteling. De film is speciaal gemaakt voor het 60-jarig bestaan van de republiek China die op 1 oktober gevierd werd. Het is een bijzondere ervaring, want de film is één grote verheerlijking van Mao. Wij krijgen er af en toe de slappe lach van en verbazen ons over het feit dat de Chinezen dit voor zoete koek slikken. We spelen nog een potje kaart in het hostel en spreken af om de volgende dag naar de Chinese Muur te gaan. We hebben geen tour geboekt, maar willen proberen om er zelf heen te gaan met het openbaar vervoer. We staan vroeg op en gaan na het ontbijt op pad. We gaan met de metro naar het busstation waar we de bus naar Miyun moeten zoeken. Een Chinese vrouw spreekt ons buiten aan en brengt ons helemaal naar de juiste bus. We moeten achter haar aan rennen, want de bus gaat bijna vertrekken zegt ze. We springen als laatsten in de bus en betalen 15 Yuan voor een kaartje, een koopje dus! Na een kilometer of 80 zijn we in Miyun en vanuit hier moeten we met een taxi verder naar Jinshanling, waar we de muur willen beklimmen. Een taxi krijgen is niet zo gemakkelijk en uiteindelijk vinden we iemand die ons wel wil brengen voor een redelijk laag bedrag. Het is echter een complete flapdrol en we moeten hem keer op keer vragen om gewoon op de weg te letten in plaats van de zingen, roken en Chinees tegen ons te praten. In Jinshanling kopen we een kaartje en beginnen we met de beklimming van de muur. De muur is zeer indrukwekkend. We gaan vanaf Jinshanling 10 km over de muur lopen naar Simatai. Het is een pittige wandeling, want de muur is af en toe behoorlijk stijl. We komen weinig andere toeristen tegen. Wel zitten er in bijna elke toren vrouwtjes met drinken en t-shirts en worden we soms wel een paar honderd meter achtervolgt door deze verkoopsters.

De beklimming zou ongeveer 4 uur moeten duren, maar na 2,5 uur zijn we al in Simatai. Hier kunnen we een kabelbaan naar beneden nemen en daar voelen we wel wat voor. Eenmaal in Simatai regelen we een taxi terug naar Beijing en zien vanuit de auto de zonsondergang. We komen in de file en iedereen valt in slaap in de auto. Eenmaal terug in het hostel zijn we doodop en gaan vroeg naar bed. Donderdag lekker uitgeslapen en met z'n vieren naar de bank geweest. We moeten een deposit maken voor onze reis naar Tibet. We hebben er erg veel zin in. We duimen dat alles goed komt en dat er geen rellen of iets dergelijks komen waardoor ze de grenzen sluiten. Voor de trekking in de Himalaya moeten we een tent en kookspullen huren in Lhasa. Ben echt benieuwd hoe koud we het gaan hebben daar! 's Middags even winkelen en een pakketje opsturen naar huis. Niemand spreekt Engels in het postkantoor en voordat ze snappen dat mijn doos naar Nederland moet zijn we weer een kwartier verder. Soms is communiceren hier zo verschrikkelijk vermoeiend. Waar ik in Rusland prima kon communiceren zonder de taal te spreken is dat hier bijna onmogelijk. Zelfs de simpelste dingen snappen ze simpelweg niet. De cultuurverschillen zijn zo enorm. Als je iemand om de weg vraagt en diegene weet het niet zal hij dit nooit zeggen. Dan gaat hij allerlei andere mensen om hulp vragen die het vervolgens ook niet weten en na een kwartier sta je er nog omdat je ook niet zo onbeleefd wil zijn om weg te lopen. Uiteindelijk op het postkantoor op hoop van zegen mijn pakketje opgestuurd. Mam, let me know als het is aangekomen! 's Avonds besluiten we om nog voor de laatste keer op stap te gaan. Het is gezellig, maar ik ben inmiddels snipverkouden geworden en hou het vroeg voor gezien. We willen nog even wat eten bij McDonalds vlakbij ons hostel en weten zeker dat er een 24hr bord op stond. Maar als we daar aankomen blijkt dat de winkelstraat 's nachts is afgesloten. De McDonalds lijkt echter wel open uit de verte. Peter, een Chinees die in Australië woont, is ook met ons mee en vraagt de guards hoe we bij de Mc Donalds kunnen komen. Dit gesprek duurt zo'n 10 minuten (en ik denk al die tijd waar hebben ze het nou over, het is toch gewoon ja of nee maar Chinezen draaien altijd overal omheen) als Peter ons verteld dat de Mc Donalds wel open is, maar de straat van 23:00 tot 07:00 gesloten is. Nou, jullie begrijpen wel, ik zou NOOIT in China kunnen wonen, want dit is toch serieus onbegrijpelijk. Peter kijkt er echter niet van op en vindt dit soort dingen normaal. Hij zegt dat we bij Mc Donalds ook ons dienblad moeten laten staan, want anders is het personeel van mening dat wij hun baan inpikken! Dan maar wat dumplings eten en richting bed. Vrijdag is de laatste dag hier in Beijing. We gaan toch nog even de toerist uithangen en richting de Temple of Heaven. Het is weer helemaal vergeven met Chinese toeristen. De tempel is mooi, maar er is veel smog vandaag en de uitlaatgassen beginnen ook een beetje te vervelen. Tijd om door te reizen dus! Snel mijn tas inpakken, blog bijwerken en over 2 uurtjes gaat de trein naar Xian. We hebben hardsleepers geboekt dus ben benieuwd! Volgende week meer nieuws vanuit het mooie, maar bizarre China!

We worden om 05:30 gewekt door de provodnik, want ze zijn bijna in Ulan Bator. Daar worden we op het station opgewacht door Bert. Bert is een Nederlander met een Mongoolse vrouw. Hij heeft een terrein met 8 gertenten in Terelj, waar wij 2 nachten zullen verblijven. We krijgen eerst een kop koffie op het station en daarna gaan we op pad richting Terelj. Op de weg ernaar toe stoppen we bij een grote berg met steentjes. We moeten er volgens Mongools bijgeloof 3 rondjes omheen lopen en 3 steentjes op de berg gooien. Dit zou geluk moeten brengen. We zien meteen al de eerste koeien en yaks die gewoon rustig om ons heen waggelen. Eenmaal weer in het busje komen we ineens bij een rivier. De chauffeur stopt echter niet maar rijdt gewoon dwars door de rivier heen. Dit gebeurd nog een aantal keer voordat we uiteindelijk uitkomen bij onze gertenten. Hier zien we ook Kees en Gert weer, 2 jongens die we ook al bij het Baikalmeer hebben ontmoet. Ze vertellen ons dat het gisteren heeft gesneeuwd en dat ze 's middags erwtensoep en 's avonds bloemkool met biefstuk hebben gegeten! En wij hadden ons nog wel ingesteld op vies vet vlees en yakthee. We horen later dat Bert zelf niet van Mongools eten houdt en zijn vrouw wat Nederlandse gerechten heeft geleerd. We krijgen bruinbrood met jonge, oude en komijnenkaas als ontbijt..mmmh. Bert is boer geweest in Nederland en heeft hier nu een kleine kaasmakerij. Ik heb een hele schattige mini gertent. In de tent staat een bed, een paar kastjes en een kachel waar je zelf hout in kunt stoken. Er is geen douche of wasbak op het terrein, alleen een hurktoilet. Er is een ger waar we gezamenlijk eten. Verder zijn er diverse honden katten op het terrein en heeft Bert veel koeien, yaks, paarden en kippen en konijnen. 
Ik ga een wandeling maken met Gert en Kees waarbij we over allerlei riviertjes moeten springen en over takken moeten lopen. Om 14:00 zijn we terug voor lunch en krijgen we lekker pannenkoeken met kaas en tomaat erin. Dan zegt ze dat we om 17:00 uur erwtensoep krijgen en om 19:00 is er een barbecue. Niet slecht voor een vlakte middenin Mongolië. Na de lunch spelen we de hele middag hartenjagen met andere Nederlanders. Machteld en Chris zijn op huwelijksreis (voor een half jaar), Jasper heeft net z'n bachelor gehaald en reist rond met zijn vader en Kees en Gert zijn net als ik voor een paar maanden aan het rondreizen. Om een uur of 17:00 begint het toch echt wel een stuk kouder te worden en stoken we de kachels aan in de gers. Het hout moeten we zelf naar onze gers sjouwen. Om warm te blijven spelen we buiten een potje voetbal met een halfzachte kapotte bal. Daarna eten we gezamenlijk in de ‘eetger'. Het eten smaakt echt super. Iedereen smult en we proosten met wodka op onze reis. We blijven lang napraten in de ger. Bert verteld hoe hij in Mongolië terecht is gekomen en we komen ook meer te weten over de cultuur. De mensen zijn hier een stuk vriendelijker dan in Rusland, maar volgens Bert zijn ze altijd belust op je geld. Het ene verhaal is nog mooier dan het andere en hij weet van geen ophouden. Zo beweerd hij o.a. geboren te zijn met een derde oog en vindt hij dat de Oranjes maar gecastreerd moeten worden want een koningshuis is achterhaald. We spelen nog een potje hartenjagen en daarna gaan we naar onze gers. Buiten is het pikkedonker, maar er is een prachtige sterrenhemel. Ik maak het vuur in mijn ger weer aan, stop er zoveel mogelijk hout in en kruip snel in mijn thermokleding in mijn slaapzak met nog 2 dekens erover heen. Ik val snel in slaap, maar word toch om 05:30 wakker van de kou. Ik heb ook bezoek gekregen van een kat die bij mijn voeten ligt. Ik maak het vuur weer aan en slaap nog even lekker door. We hebben geluk want de lucht is wederom strakblauw. 's Ochtends zijn alle vlaktes bevroren. Je kunt je 's ochtends ook niet wassen, want de tonnen water zijn dan ook bevroren. Het enige dat je kunt doen is je tanden poetsen en je gezicht wassen met een fles water. Niemand lijkt er problemen mee te hebben, je went er snel aan. Na een heerlijk ontbijt gaan we met 6 mensen en 2 gidsen paardrijden door de omgeving. Ik zit voor het eerst van mijn leven op een paard! Het voelt eigenlijk best natuurlijk en ik heb de smaak al snel te pakken. We maken een rit van ruim 3 uur over de vlaktes, door de bossen en door de rivieren. Niet alle paarden luisteren even goed. Sommigen besluiten ineens de andere kant op te gaan en ik rol bijna van m'n paard van het lachen als het paard van Roel besluit terug naar huis te lopen en het hem niet lukt om te draaien. Aan het einde van de rit heb ik het idee dat ik het paard best onder controle heb en laat ik hem in galop gaan met tips van Machtold die al kan paardrijden. We sjezen met onze paarden een aantal keer heen en weer over de vlaktes en dat geeft echt zo'n onwijze kick. Ik ga zeker vaker paardrijden in de toekomst. Ik hoop dat ik morgen niet al teveel spierpijn heb.
We hebben honger en genieten weer van de kookkunsten van Bert's vrouw. Dit keer huzarensalade en brood. 's Middags lekker in het zonnetje een boek lezen en zodra de zon onder gaat moet je snel de kachel aansteken. Het klimaat is een beetje vergelijkbaar met een ontzettend koud wintersportgebied waar het goed te doen is als het zonnetje schijnt, maar zodra je in de schaduw zit of de zon onder is heb je het ijskoud.
De volgende ochtend nemen we na het ontbijt afscheid van Bert en zijn vrouw en worden we naar Ulan Bator gebracht. Ik slaap vanavond nog een nachtje in een guesthouse en vertrek morgenochtend met de trein naar Beijing. Heb mijn computer even meegenomen, want elk cafe heeft hier gratis wifi en zo zit in nu in Café Amsterdam (3 Nederlandse eigenaren) lekker te lunchen en mijn mail te lezen. Alles is spotgoedkoop in Mongolië. Vanavond hebben we met alle NL-ers in dit café afgesproken, want op woensdagavond is er altijd feest hier. We kunnen morgen toch de hele dag uitrusten in de trein......
P.s. 1: ik geniet van al jullie reacties! Het is onwijs cool om te lezen dat je gevolgd wordt door het thuisfront als je in je uppie reist.
P.s. 2: ik heb veel te veel boeken bij me. Ik heb pas 1 boek uit omdat je bijna nooit alleen bent en altijd zit te kletsen met andere reizigers.
P.s. 3: ik draag sinds een week daadwerkelijk mijn moneybelt met daarin m'n paspoort en bankpasjes. Er zijn namelijk paspoorten gestolen van andere reizigers in hetzelfde hotel in Irkutsk.
P.s. 4: meiden, super dat jullie alweer gewonnen hebben. En ik moet bekennen dat ik mijn knuffeltje al verloren ben aan een Mongools kind (zie foto). Hij was er heel blij mee eng ging het zelfs aan de honden en koeien laten zien. De gelukssleutelhanger hou ik zelf hoor ;-).
P.s. 5: mam, bedankt voor de updates ook over het nieuws in Nederland. Het DSB nieuws leidde tot flinke discussies in de eetger gisterenavond.
P.s. 6: Ik heb echt verschrikkelijke spierpijn in mijn rug van het paardrijden. Vandaag allemaal spookverhalen gehoord over mensen die van hun paard afgevallen zijn, dus misschien was dat galopperen toch niet zo heel verstandig...maar gelukkig goed afgelopen.
P.s. 7: Tot slot, een groot compliment voor de Treinreiswinkel. Alle NL-ers die er geboekt hebben zijn onwijs tevreden over de reis dus Mark, well done!
Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.