Het is inmiddels 5 november en ik ben al meer dan een maand op reis. De wekker gaat om 6:30 en het is ijskoud. Er is nog geen elektriciteit, dus met een zaklamp pakken we onze spullen in. Als ontbijt krijgen we een soort pitabroodje met een ei en we bestellen nog maar een 2e want we gaan een zware dag tegemoet. Vandaag moeten we 27 kilometer afleggen, het eerste deel van de trek richting de Mount Everest. De backpacks gaan in de auto en de rugzak zit vol met water en eten. Ik heb dikke sokken aan, een thermobroek, een gewone broek, een skibroek, een hemd, een normaal t-shirt, een thermo shirt met lange mouwen, een trui, een vest, mijn jas, handschoenen en muts. Als ik mijn handschoenen even uit doe om een foto te maken bevriezen ze direct en duurt het 10 minuten om ze weer op temperatuur te krijgen. Het eerste gedeelte is loodzwaar en koud, want de zon is nog niet opgekomen. We zijn al op 5000 meter hoogte en dit is wel te merken. Je heb constant het gevoel alsof iemand je op je schouders naar beneden drukt en of je elke stap voorwaarts wordt tegengehouden door een onzichtbare weerstand. Het voelt een beetje als lopen in natte zware kleding na het afzwemmen voor je B-diploma. De prachtige omgeving maakt het lopen enigszins draaglijk. Praten doe ik bijna niet, want je hebt elk beetje energie nodig om je ene been voor je andere te blijven zetten. Gert en Yeshi (de gids) hebben hetzelfde probleem. Alleen Dave blijft vrolijk doorkletsen, springen, met stenen gooien etc. (Hij heeft voordat hij ons ontmoette in Beijing een maand op een Chinese Kung Fu school gezeten waar ze 8 uur per dag moesten trainen.) Als de zon eindelijk op komt zijn we dolblij. Eigenlijk kom je dan pas een beetje tot leven. De handschoenen gaan uit en na een uur ook onze skibroeken. Deze moeten we in onze tas stoppen en voelt vervolgens loodzwaar aan. Onderweg komen we af en toe langs een klein dorpje waar ze yaks, koeien, geiten en honden hebben. Ik probeer de yaks te aaien, maar ze zijn erg schuw.

Tussen de dorpjes komen we soms Tibetanen te paard tegen die op weg zijn naar Old-Tingri om inkopen te doen of spullen te verkopen die ze op het platteland verbouwen. We moeten geregeld over bevroren stukken water lopen. We rusten om wat te drinken, maar ons water is nog steeds bevroren dus we gaan maar weer verder. Het landschap is erg verraderlijk. Soms zie je in de verte een paar huisjes en dan duurt het nog 1,5 uur voordat je er daadwerkelijk bent. Om een uur of 13:00 komen we in een klein dorpje aan waar we worden uitgenodigd om binnen thee te drinken. Het jongetje dat ons meeneemt lijkt een jaar of 11, maar later horen we dat hij al 16 is! We krijgen yakboterthee te drinken (bah) en krijgen tsampa aangeboden. Tsampa is een soort meel met water en is een traditioneel Tibetaans gerecht. We zijn onwijs nieuwsgierig naar hoe deze mensen leven en Yeshi vertaald allerlei vragen voor ons. In het huis leven een vader en moeder (die vandaag naar Old-Tingri zijn), de jongen en zijn zus en een oma van 84. We zitten in de woonkamer, maar dit is tevens de slaapkamer voor iedereen omdat dit de enige plek is waar vuur en dus warmte is. De jongen is vroeger wel naar school gegaan, maar werkt nu op het land. Hij laat ons vol trots zijn mes zien en blijft maar naar ons glimlachen. Ze vinden het prachtig om op de foto te gaan en even later de foto zelf te bekijken. Ik vraag of het huis een adres heeft zodat ik de foto's op kan sturen, maar dat was natuurlijk een domme vraag. Yeshi zegt dat ik ze wel naar hem kan sturen en dan neemt hij ze volgende keer mee. Als we weggaan geven we ze een hele berg snoep en aangezien de jongen de hele tijd naar een oranje haak aan mijn tas heeft zitten staren geef ik die aan hem. Hij is er dolgelukkig mee. De chauffeur is inmiddels ook aangekomen in het dorp en Yeshi zegt dat hij verder met de auto gaat en de route voor zich spreekt. Gert heeft inmiddels hoofdpijn gekregen door de hoogte en besluit om ook verder met de auto te gaan. Dave en ik willen graag verder lopen (ben doodop, maar ga echt niet zo gemakkelijk opgeven) dus we gaan samen verder. In het eerste stuk hebben we een aantal bedelende kinderen achter ons aan. Als we ze allemaal een snoepje hebben gegeven blijft er nog maar eentje volharden die bijna 2 kilometer op blote voeten achter ons aan blijft lopen.

We zetten het tempo er stevig in, want we hebben volgens Yeshi nog 17 kilometer te gaan. Na een paar kilometer is er ineens een splitsing en we weten niet welke weg we moeten nemen. Dave krijgt het fantastische idee om een berg te beklimmen om te kijken welke weg de juiste is. Ik laat me overhalen en we klimmen meter voor meter de berg op. De hoogte maakt het bijna onmogelijk om door te klimmen. Bij elke stap ben je compleet buiten adem. Eenmaal boven is het uitzicht adembenemend en zien we dat de weg rechts van de berg de juiste is. We besluiten om aan de andere kant van de berg af te dalen, maar dit blijkt wat lastiger dan gedacht. Op een gegeven moment moeten we zelfs op ons kont gaan zitten en ons stukjes naar beneden laten glijden. Ik ben blij als ik weer beneden ben. Helaas heb ik wel een onwijze scheur in mijn lievelingsbroek opgelopen (snik, je hebt als zo weinig kleding om uit te kiezen elke dag). We lopen weer gestaag verder en ongemerkt zijn er wolken voor de zon gekomen. We pakken onze handschoenen en muts weer uit de tas (onze jas en skibroek hebben we in de auto gelegd, want die waren te zwaar). De lucht ziet er donker uit en we hopen dat het niet gaat sneeuwen. Af en toe komt er een jeep ons tegemoet. Vaak stoppen ze en vragen of we hulp nodig hebben. Een jeep met 2 Australische vrouwen zeggen dat ze mensen met een vuurtje hebben gezien op ongeveer 10 kilometer afstand en zeggen dat het laatste stuk een hele smalle pas is met diepe afgronden. Na een korte pauze met water en een bevroren Snickers gaan we weer verder, maar de weg wordt steeds zwaarder. Het pad gaat op en neer en de stukken omhoog putten me volledig uit. Na een paar kilometer kom ik bijna niet meer vooruit en loop helemaal te zwalken. Ik blijf mijn ene been voor mijn andere zetten, maar kom nog nauwelijks vooruit. Het is ook een stuk kouder geworden en de lucht ziet er slecht uit. Dan horen we een jeep aankomen achter ons en ik overleg snel met Dave wat we zullen doen. Ik moet absoluut meerijden, want ga het laatste stuk niet halen. Vooral niet met de gedachte dat we morgen weer 27 kilometer moeten lopen. De jeep stopt gelukkig en er zitten maar 2 mensen in, een Tibetaanse chauffeur en een vrouw uit Hong Kong. Ze willen me graag meenemen en zeggen dat er slecht weer op komst is. Dave wil echter niet mee, hij wil per se lopen. Na een korte discussie spreken we af dat als hij er na een uur nog niet is ik onze eigen chauffeur terug stuur om hem op te halen. Ik stap met mijn laatste krachten in de auto en geniet van de warmte in de auto. De vrouw uit Hong Kong reist alleen en ze vraagt me de hemd van het lijf. Zelf is ze op weg naar het Everest Base Camp (onze eindbestemming). Ik vraag haar of ze vanavond in het klooster bij het Base Camp slaapt en ze zegt dat dit zelfs veel te koud is op dit moment. Als ik haar vertel dat wij vanavond in een tent slapen valt ze bijna flauw. Ondertussen zijn we al aardig wat kilometers verder, maar nog steeds geen Landrover of vuur in zicht. De weg is ontzettend slecht en de pas is onwijs smal met diepe afgronden. Ik begin me ondertussen wel zorgen te maken, maar dan ziet de chauffeur in de verte een witte jeep staan. Eenmaal aangekomen kijken Gert en Yeshi vreemd als ik alleen uit de auto stap. Ik bedank de vrouw uitvoerig en krijg van haar nog een aantal stuks Diamox, pillen voor hoogteziekte. Ik vertel Yeshi en Gert dat Dave per se wilde lopen, maar dat hij niet weet hoe ver het nog is en hoe zwaar het laatste stuk is. Ik vraag Gert waarom de tent nog niet staat, maar hij verteld dat we hier niet kunnen kamperen omdat er slecht weer op komst is. We sturen de chauffeur op weg om Dave op te halen. Na een halfuur komt de chauffeur terug zonder Dave. Meneer eigenwijs had geweigerd om in te stappen bij de chauffeur en aangezien de chauffeur geen Engels spreekt kon hij ook niet de discussie aangaan. Er zit dus niks anders op dan te wachten tot Dave er is. We gaan in de auto zitten, want het is inmiddels ijskoud. Van de chauffeur krijg ik warme thee uit de thermoskan. Na een poos zien we eindelijk in de verte een klein zwart stipje. Het duurt nog een hele tijd voordat hij bij de auto is, maar we zijn blij dat we weer compleet zijn. Dave is verbaasd dat de tent nog niet staat en we liggen uit dat we verder zullen moeten rijden om te kamperen. De chauffeur is bang dat zijn auto morgen niet start als we hier blijven en dan zitten we vast middenin de Himalaya. Na een korte discussie besluiten we door te rijden naar het klooster bij het Everest Base Camp. Volgens Yeshi kunnen we hier onze tent opzetten en zijn we een stuk veiliger dan middenin de bergen. Ondanks onze teleurstelling dat we de trekking niet kunnen voltooien beseffen we wel dat het onverstandig is om hier nog langer te blijven. Eenmaal aangekomen bij het klooster is de zon al onder. We moeten de tent dus opzetten in de kou en hebben alle drie bevroren vingers als we klaar zijn. Dave is compleet oververmoeid en duikt zijn slaapzak in. Gert en ik proberen buiten de koken met ons gasstel, maar vanwege de harde wind is het onmogelijk. Dan maar koken in de tent alhoewel het waarschijnlijk onverstandig is. We maken rijst met paprika, ui, wortel en ananas en zijn blij wat warms binnen te hebben. We duiken met kleding in onze slaapzak en proberen warm te worden. Om onszelf af te leiden spelen we ‘ik ga op reis en ik neem mee' totdat we het echt niet meer kunnen onthouden. We vallen in slaap, maar rond middernacht worden we weer wakker en zijn net ijsklontjes. Het lukt niet om weer in slaap te vallen en we bibberen tot het ochtend is. De tent en alles wat erin ligt is bevroren. De flessen water die we bij ons hadden zijn ook bevroren dus hebben geen water om te drinken. Er zit hier op 5200 meter zo weinig zuurstof in de lucht dat als je plat ligt je heel moeilijk kan ademen. Ik moet meerdere malen rechtop in de tent gaan zitten. Om 7:30 houden we het niet meer vol, trekken al de kleding aan die we bij ons hebben en gaan naar buiten.

Het uitzicht op de Mount Everest is prachtig, maar we kunnen er niet echt van genieten. We zien dat de zon achter de bergen is en het duurt waarschijnlijk nog lang voordat hij ons bereikt. We gaan op zoek naar een vuurtje in het klooster. We zijn erg verbaasd dat het daar ontzettend druk is. Er is toevallig een hele Thaise filmploeg gestrand die een spelprogramma opnemen in de Himalaya. Ze vragen of we net aangekomen zijn en we vertellen ze dat we vannacht in een tent geslapen hebben. We mogen meteen bij het vuur komen zitten en krijgen stukken pannenkoek te eten. Het duurt wel 2 uur voordat we een klein beetje opgewarmd zijn en buiten de zon opkomt. We gaan de spullen inpakken, tent afbreken en stoppen alles in de auto. We overleggen met Yeshi en besluiten dat het onverantwoord is om nog een nacht in de tent door te brengen. In plaats daarvan gaan we richting het Everest Base Camp (10 km verderop) en daarna in de jeep terug naar Old Tingri. Het Everest Base Camp is helemaal verlaten. In deze tijd van het jaar is het onmogelijk voor klimmers de top te bereiken vanwege de extreme kou. We maken wat foto's en gaan richting Old-Tingri.

We doen er ongeveer 2 uur over en het is een helse rit. We worden alle kanten op geslingerd in de auto en ik ben blij dat de chauffeur zijn 4-wheel drive goed onder controle heeft. We zien onderweg schitterende bergen, maar ook kuddes yaks en wilde herten. Aangekomen in Old-Tingri is iedereen helemaal door elkaar geschud en kan de chauffeur ook wel een pauze gebruiken dus gaan daar lunchen. Daarna gaan we over de Friendship Highway richting de Nepalese grens. De weg is aangelegd door de Chinese regering en is prima in orde. We hoeven alleen af en toe te stoppen voor een paar geiten of een koe. Alle chauffeurs zijn erg voorzichtig, want als je een dier van iemand anders dood rijdt moet je flink betalen. Yeshi zegt dat ik een paar dagen geleden nog zo'n mooie witte huid had, maar het door de Himalaya nu gekleurd is. Ik was blij dat ik eindelijk een beetje een kleurtje had gekregen, maar volgens hem is het doodzonde!
Om een uur of 18:00 zijn we bijna bij Zhangmu, een grensplaats waar we zullen overnachten. Zhangmu is gebouwd op een berg en is een apart dorp. In de buurt van het dorp zijn veel wegwerkzaamheden en alle inwoners lijken hieraan mee te werken. Yeshi verteld dat je soms een paar uur moet wachten voordat je door kunt rijden, maar we hebben geluk en hoeven maar een minuut of 15 te wachten. We stoppen bij een hotel en hebben een kamer met eigen badkamer, joehoe! We hebben al 4 dagen niet gedoucht en nemen alle drie een ontzettend lange douche. Morgenochtend zullen we om 10:00 uur vertrekken richting de Nepalese grens waar we afscheid nemen van Yeshi en de chauffeur. Nepal here we come!